P.C. Hooft en sijne huiskat

P.C. Hooft (Bijzondere collectie Universiteit van Amsterdam)

Iedereen kent de P.C. Hooftstraat in Amsterdam. De een is er geweest, de ander heeft erover gehoord.  De straat is genoemd Pieter Corneliszoon Hooft (1581-1647). Hij was schrijver en… een kattenman.

Er is een prachtig gedicht dat hij schreef toen ‘sijne huiskat’ over de Regenboogbrug was gegaan.Dit is het:

Lijckdicht op sijne huiskat

Begraef dees’ POES! Ghehact noch worst
Moog ’t stoflijck hulsel verder leiden
In maeg en darm van wie haar vrijden
En lockten aen met graet en korst.

Begraef haer sachtkens: wilt haer staert
Haer vriendlijck langs de lendnen vouwen
Onder het claegelijck miauwen
Van iedre Poes in huis en gaerd.

Set wech haer back, set wech haer mand;
Daer was geen dier in ’t Naerdens land
So soet besnort, een spinnewiel.
Leegh blijv’ haer plaetsken bij den haert.

Haer clene lijf ontvangh’ dees aerd
En God ontvangh de clene siel.

Ach wat mooi en wat droevig: om het staartje nog liefdevol om haar lendenen te willen vouwen!  De laatste regel is nog mooier: God, die de kleine ziel, nu zal ontvangen. Natuurlijk had de poes een ziel en was deze welkom bij God, in de hemel. Hooft wist het al.

Advertenties

Op de tv

  En toen stond het stukje uitzending opeens op de eerste plaats: rouwen om dieren. Ik was op de tv, bij Hart van Nederland.

De opnames duurden een paar uur. En wat hielden we over? Nog geen twee minuten, en in die tijd kwamen ook andere mensen aan het woord. Maar ik was en ben er blij mee:

  • heel Nederland heeft het lieve en verstandige gezicht van Tim kunnen zien
  • mijn boodschap was duidelijk: rouwen om dieren mag er ook zijn
  • Bertje kreeg een geweldige close up

En daarna kwamen de Facebook-berichten, de mails, de reactie op de website van Linda-Magazine. Opeens stond het onderwerp rouw en liefde in de aandacht.

Ik lees alles- al die mooie en ontroerende reacties, allemaal zeggen ze iets over liefde en samenzijn en niet-kunnen maar toch-moeten missen. Wat kunnen mensen goed en diep van dieren houden, dat is heerlijk om te beseffen.

Er komt nog meer publiciteit aan. Deze week verschijnt het tijdschrift Vriendn met een interview. Zoiets kan gemakkelijk uitgesteld worden, maar daarvan heb ik nog geen bericht gehad. Dus… woensdag naar de kiosk.

En voor wie het stukje in de uitzending wil zien: klik en kijk.

Halle Berry rouwt om Playdough

  Halverwege mei 2017 moest de Amerikaanse actrice Halle Berry afscheid nemen van haar kater Playdough. Ze meldde het op haar Instagram account met daarbij deze foto en mooie woorden.

Ze schreef op 12 mei:

“Gisteren is mijn hart gebroken omdat we onze geliefde  Playdough moesten laten inslapen, wegens hersenkanker. Deze kleine jongen bracht elke dag van de afgelopen zestien jaar vreugdei n ons leven. ZIjn verlies is zwaar voor ons allemaal, vooral voor mijn kinderen, maar het is een onvermijdelijk deel van het leven.

[…]

De band die mijn kinderen hadden met Playdough was uniek en speciaal. Zij leerden wat compassie en vriendelijkheid betekende en hoe belangrijk het is om van een van de liefste schepselen ter wereld te houden.

Gisteren heeft Playdough er ons allemaal aan herinnerd dat het beter is om te hebben liefgehad en verloren dan nooit te hebben liefgehad. We zullen hem missen.”

De asielkater kwam in 2004 in het leven van Halle Berry.

De verjaardag van Tim

  Deze kleine jongen is vernoemd naar Tim. ZIjn vrouw las met herkenning mijn boek over hem, en toen er een nieuw katertje in haar leven kwam, wist ze hoe hij moest heten. Welkom, kleine Tim. Moge je een lang en gelukkig leven hebben in je nieuwe thuis.

Vandaag is het 5 mei, Bevrijdingsdag. Het was ook de verjaardag van Tim, en dat is het nog steeds. Die dag heb ik voor hem gekozen: hij kwam uit het asiel bij mij en begon een nieuw leven.

We vierden het met knuffels en fijne gesprekjes. Hij kreeg ansichten met felicitatiies. Ik zette een berichtje op Facebook waarop lieve reacties kwamen. Zo’n dag waarop je voelt: wat is het heerlijk dat hij er is, bij mij en dat we elkaar hebben. Ik denk er met weemoed aan terug. En ook aan de angst van de laatste verjaardagen, angst die de moeilijke opmerkingen maakte over misschien dit de laatste keer, hoe lang zou ik hem nog hebben, beter genieten van hier en nu.

Vanmorgen vroeg zei ik tegen Bertje: “Jij bent nu de poes in huis, en Tim is vandaag jarig.” Hij vond het best. Volgende maand is hij jarig.

De tweede sterfdag

  Wat ik op de eerste sterfdag van Tim heb gedaan, weet ik niet meer. Rondhangen in de dag, vermoed ik. Steeds weten: het was vorig jaar. Dit jaar ging ik een kaarsje branden. Er is hier een kerk waar dat kan.

Je komt dan in een kleine ruimte, waar de kaarsen staan,  een trommel hangt achter de tralies. Gelukkig was ik alleen.

Kaarsje aansteken, neerzetten, goed in beeld van het altaar en alle heiligen. Iedereen die in dit hiernamaals naar Tim kan omkijken.

Meteen kwamen de tranen in mijn ogen. Of het verdriet om Tim altijd klaar ligt, wachtend op een kans gevoeld te worden.

Erna liep ik heel even over het kerkhof, het was tegen 17.00 uur, dat is daar sluitingstijd. Maar naar huis, besloot ik.

Het was nog even lopen. Ik kwam door het havengebied, en daar keek ik omhoog- naar iets, naar licht, kij kzo zag het eruit:

Donker en schemerig is de hemel. En dan dat licht. Het rare was, dat het ongeveer scheen op waar mijn huis is. Zo zag het er tenminste uit. Mijn huis, waar ik nu met Bertje woon. Misschien was het een teken, dat ik nu daarheen moest. Dus dat deed ik, steeds naar boven kijkend. Toen de wolken zich weer verdicht hadden, was ik allang thuis, Bertje aan het aaien die de hele tijd moest spinnen.

Waarom de sterfdag belangrijk is

   Vanmorgen werd ik wakker en ik wist het meteen. Twee jaar geleden stierf Tim. Vandaag denk ik er steeds weer aan. Een sterfdag is belangrijk.

Belangijk – voor mij, voor degene die herdenkt. Het is weer beseffen wat er was en dat het voorbij ging. Als ik naar alles kijk, de vreugde van het samenzijn en het verdriet van het afscheid, dan weet ik toch: ik zou het meteen overdoen.

Voor anderen is zo’n sterfdag moeilijk, dat snap ik wel. Wat moet je zeggen? Zijn er passende ansichten voor? Hoe ga je met zoiets om?  De meesten vinden: bij twijfel niet oversteken. Zo ontstaat een zwijgende meerderheid.

Ik denk aan Tim en hoe knus ons leven samen was. Hij en ik in dit huis vol boeken, steeds keek de een waar de ander was. Hoe we uren op de bank konden liggen, hij op mij, en mijn handen om zijn lichaam gevouwen. En ook hoe we samen naar buiten keken, mijn wang tegen zijn vacht aan, ik herinner me hoe zijn haartjes zachtjes kriebelden.

Nog steeds mis ik hem. Missen is verlangen. Ik verlang ernaar hem te zien, te aaien, te horen, te kunnen kijken naar te bank waar hij ligt te slapen, ik verlang naar het gewone en vanzelfsprekende van het samen-zijn.Vandaag is het twee jaar geleden dat het stopte.

Tim is nu ergens waar hij het beter heeft, dat weet ik bijna zeker. De laatste keer dat ik iets van hem waarnam, zag ik dat hij in het  licht stond, weer helemaal gezond. Hij liet het me zien, zo ben ik nu. Dat was troost.

Maar vanmorgen vroeg ik aan Bertje: “Denk je  dat jullie elkaar aardig hadden gevonden?”

Boekpresentatie

  Vandaag is het de dag-erna. Na de boekpresentatie, gistermiddag in Amsterdam. Ik ging erheen met een heel verhaal op papier, het zat in mijn tas. En die middag heb ik het niet nodig gehad. Alles liep anders dan gedacht.

Boekpresentaties zijn voor een auteur als ik  elke keer een gemengd genoegen. Het kan zo druk zijn dat iedereen het een succes vindt, maar ik heb met niemand een wezenlijk woord kunnen wisselen en ga leeg van het glimlachen naar huis. Of je zit achter een tafeltje op een evenement, mensen lopen langs en kijken naar je, en een enkeling zegt vriendelijk: “Ik heb al een boek.” Er zijn veel variaties, maar de boekpresentatie van gistermiddag kende ik nog niet. Dat het ook zo kan, daar denk ik vandaag veel aan.

We zaten om de lange tafel, ongeveer tien mensen bij elkaar. Op tafel wijn en water en hapjes. Het leek net of we familie van lang geleden waren, vertrouwd en vreemd tegelijk, maar verbonden door dat ene gemeenschappelijke: het moeten missen van een geliefd huisdier.

Ik vertelde over het boek en over hoe het nu is. En ook over mijn verlegenheid:

  • dat ik de eerste maanden na de dood van Tim van die waarnemingen had gehad
  • dat het verlies zoveel verdriet bracht, andere mensen leken zo’n verlies veel sneller te aanvaarden
  • en dat ik niet zo goed wist hoe het nu met de liefde moest, omdat ik door Tim zo goed had begrepen hoe fijn het samenzijn met een kater is, zoals ik nu met Bertje heb en wie past daar nou bij

Openheid roept openheid op.

Ik hoorde verhalen die mij ontroerde – en ook herkenning van die verlegenheid. Er lijkt weinig ruimte in de Nederlandse cultuur te zijn voor een groot verdriet om een verloren huisdier. Toch nog een taboe.