Op de tv

  En toen stond het stukje uitzending opeens op de eerste plaats: rouwen om dieren. Ik was op de tv, bij Hart van Nederland.

De opnames duurden een paar uur. En wat hielden we over? Nog geen twee minuten, en in die tijd kwamen ook andere mensen aan het woord. Maar ik was en ben er blij mee:

  • heel Nederland heeft het lieve en verstandige gezicht van Tim kunnen zien
  • mijn boodschap was duidelijk: rouwen om dieren mag er ook zijn
  • Bertje kreeg een geweldige close up

En daarna kwamen de Facebook-berichten, de mails, de reactie op de website van Linda-Magazine. Opeens stond het onderwerp rouw en liefde in de aandacht.

Ik lees alles- al die mooie en ontroerende reacties, allemaal zeggen ze iets over liefde en samenzijn en niet-kunnen maar toch-moeten missen. Wat kunnen mensen goed en diep van dieren houden, dat is heerlijk om te beseffen.

Er komt nog meer publiciteit aan. Deze week verschijnt het tijdschrift Vriendn met een interview. Zoiets kan gemakkelijk uitgesteld worden, maar daarvan heb ik nog geen bericht gehad. Dus… woensdag naar de kiosk.

En voor wie het stukje in de uitzending wil zien: klik en kijk.

Advertenties

Boekpresentatie

  Vandaag is het de dag-erna. Na de boekpresentatie, gistermiddag in Amsterdam. Ik ging erheen met een heel verhaal op papier, het zat in mijn tas. En die middag heb ik het niet nodig gehad. Alles liep anders dan gedacht.

Boekpresentaties zijn voor een auteur als ik  elke keer een gemengd genoegen. Het kan zo druk zijn dat iedereen het een succes vindt, maar ik heb met niemand een wezenlijk woord kunnen wisselen en ga leeg van het glimlachen naar huis. Of je zit achter een tafeltje op een evenement, mensen lopen langs en kijken naar je, en een enkeling zegt vriendelijk: “Ik heb al een boek.” Er zijn veel variaties, maar de boekpresentatie van gistermiddag kende ik nog niet. Dat het ook zo kan, daar denk ik vandaag veel aan.

We zaten om de lange tafel, ongeveer tien mensen bij elkaar. Op tafel wijn en water en hapjes. Het leek net of we familie van lang geleden waren, vertrouwd en vreemd tegelijk, maar verbonden door dat ene gemeenschappelijke: het moeten missen van een geliefd huisdier.

Ik vertelde over het boek en over hoe het nu is. En ook over mijn verlegenheid:

  • dat ik de eerste maanden na de dood van Tim van die waarnemingen had gehad
  • dat het verlies zoveel verdriet bracht, andere mensen leken zo’n verlies veel sneller te aanvaarden
  • en dat ik niet zo goed wist hoe het nu met de liefde moest, omdat ik door Tim zo goed had begrepen hoe fijn het samenzijn met een kater is, zoals ik nu met Bertje heb en wie past daar nou bij

Openheid roept openheid op.

Ik hoorde verhalen die mij ontroerde – en ook herkenning van die verlegenheid. Er lijkt weinig ruimte in de Nederlandse cultuur te zijn voor een groot verdriet om een verloren huisdier. Toch nog een taboe.

Het boek komt eraan

boektim2 Dit was het eerste boek over Tim. Hij vertelde hierin over zijn leven als kater op leeftijd. De ongemakken. De gezelligheid. De dierenarts en dan weer thuis, samen.

Nadat Tim was gaan hemelen, had ik een heel ander leven. Zonder hem. Hoe dat moest, bleek ik te moeten leren, we waren ook zo’n twee-eenheid geweest. Rouwen om een gestorven huisdier, wie weet hoe dat moet?

In mijn dagboek schreef ik over het vallen en opstaan van die tijd. De tranen, de psychosomatische verschijnselen, en soms ook waarom ik moest lachen en wat me ontroerde.

Ik ben nou eenmaal een schrijvend mens.  Als ik iets niet opschrijf, verlies ik het. En ik wilde Tim bewaren, wat er geweest was, bij me houden. Woorden en foto’s en filmpjes.

Deze week zag ik de drukproeven van wat het tweede boek gaat worden. Het omslag, vrolijk en toch stemmig. En ik besefte: toen dacht ik dat ik nooit het verlies van Tim te boven zou komen en nu kan ik ermee leven: met het verdriet, het verlangen en het gemis.

Toch een vooruitgang.

Het boek verschijnt volgend jaar februari.

Rouw en Lego voor kinderen

lego_rouw  Op het blog van Yarden las ik een opmerkelijk artikel. Rouwpedagoog Richard Hattink zet zich in om kinderen te helpen met rouwen. Daarvoor gebruikt hij Lego.

Zo leren ze spelenderwijs iets over dood en afscheid en gevoelens. Het lijkt me moeilijk om zoiets uit te leggen.Ooit las ik over een kind waartegen was gezegd dat de gestorven Oma was gaan slapen om nooit meer wakker te worden, en dat kind durfde zelf niet meer te gaan slapen. Want stel je voor.

Maar Richard Hattink durft dus in deze moeilijke situatie te treden. Met Lego dus. In het blog vertelt hij dat de grote fabrikant eigenlijk niets met de dood te maken wilde hebben:

“Lego wil graag geassocieerd worden met lachen en plezier, niet met de dood. Ze hebben duizenden soorten gezichtjes, maar er zijn slechts 6 die verdriet uitdrukken. Bij twee daarvan kan het gezicht ook gedraaid worden in vrolijke stand. Het lukte mij niet om met Lego in gesprek te komen.”

Een gemiste kans – voor Lego. Hattink vond een grote Lego-fan en met hem ging hij uitvaartpakketten bouwen. Creatief en inventief. De Halloweencollectie. Gezichten. Combinaties. Nou, van alles. En nu heeft hij dus van de bestaande blokjes en toebehorens (en de wereld van Lego is enorm groot) enkele pakketten gebouwd. Ze staan op zijn website: RouwenAdvies.nl  Een mooi initiatief.

Meer herinneringen (blog)

199-Tim_klTim is op deze foto jong, waarschijnlijk drie jaar, tegen de vier. Hij is dan ongeveer een jaar bij me. Het is te zien hoe hij toen was: waakzaam, alert, met nul procent vertrouwen. Toch was hij in dat jaar veel vooruit gegaan, Ik vond de foto een paar dagen geleden terug.

Als ik naar hem kijk, voel ik zachtheid van binnen. Ach, wat was het in het begon toch een moeilijke tijd. Hij was zo bang en zo agressief, voortdurend bezig de wereld te bevechten. Pas jaren later werd hij een zachte en wijze kater, maar iets van het alerte zou hij blijven houden.

Ik kijk naar de foto zonder het verdriet van de rouw. Dat is er soms wel en soms niet. Eerst weigerde ik alle rouw. Want ik dacht, juist door het verdriet herinner ik me alles scherp, het is net of er een lamp op staat. Hoe hij de slaapkamer inwandelde. Hoe hij op mijn buik kon slapen. Hoe hij kon kijken. Zal ik dat alles zonder verdriet nog weten?

Daarin vergiste ik me. In de maanden na zijn dood ontdekte ik dat rouw een koevoet is, die allerlei herinneringen los wrikt. Rouw kan ook zijn: het verlangen naar toen – hoe was dat ook weer, hoe ging het? Zonder verdriet reikt het geheugen verder terug.

Dit is het verhaal van de foto. Tim huisde onder het fornuis, daar had ik een lade weggehaald. Met een gordijntje voor die ruimte had hij zijn eigen verstopplek. Veilig maar eenzaam. Hij verlangde naar liefde. Dat was te halen in de huiskamer, waar ik aan mijn werktafel zat te computeren. Hij oefende dus met naar de kamer gaan. Hier is hij de drempel over. Dat deed hij elke avond een aantal keren. Steeds in de kamer, terug onder het formuis, moed verzamelen, opnieuw, een stapje dichterbij komen of niet. Ik zat aan mijn tafel en probeerde te doen alsof ik ontspannen was. Soms tikte ik van de zenuwen alleen het alfabet. Zo was het de eerste tijd. Wennen.

Hier ter vergelijking met een foto uit zijn laatste jaren, hier is hij ongeveer zeventien jaar. Het bange is weg, Hij kent zijn wereld. Zijn neus is zwart. En hij heeft ontdekt dat hij van aaien houdt. Het katertje van toen veranderde in een knuffeljongen.

toennu

 

Langer dan een jaar geleden (blog)

Tim5april2015Kijk hem hier eens lekker liggen. Heerlijk op het tapijt, ontspannen en zo elegant als een filmster.  En ook: oplettend. Tim was altijd alert. Ik zie de foto en denk: hoe lang is het geleden, langer dan een jaar.

In het begin van mijn leven zonder Tim, wist ik het altijd: een week geleden, een maand, mijn eerste verjaardag zonder hem, een nieuw jaar dat begint en hij zit niet naast me. En nu heb ik veel eerste keren meegemaakt. April 2015 is vorig jaar, kort en lang geleden tegelijkertijd. Het dagelijks leven lijkt gewoon. Maar ik mis hem nog steeds.

Vannacht droomde ik over Tim. Hij draaide om mijn enkels heen, ik voelde zijn warme lichaam, en ik keek met vreugde naar dat tengere rode katertje. Hij had het druk, elk plekje van mijn enkel wilde hij aanraken. In mijn droom noemde iemand hardop zijn naam: “Tim van de Loo”- het leek een aankondiging te zijn. Ik hoorde de klank, en voelde hoe mijn hart groot en blij werd.

In de ochtend bracht de herinnering aan de droom tranen. En dat begreep ik eerst niet: het was toch juist een goede droom, van aanwezigheid, nabijheid zelfs. Nu de ochtend wat gevorderd is, weet ik het weer – verlangen en gemis, die twee-eenheid laat zich gelden.