Op de tv

  En toen stond het stukje uitzending opeens op de eerste plaats: rouwen om dieren. Ik was op de tv, bij Hart van Nederland.

De opnames duurden een paar uur. En wat hielden we over? Nog geen twee minuten, en in die tijd kwamen ook andere mensen aan het woord. Maar ik was en ben er blij mee:

  • heel Nederland heeft het lieve en verstandige gezicht van Tim kunnen zien
  • mijn boodschap was duidelijk: rouwen om dieren mag er ook zijn
  • Bertje kreeg een geweldige close up

En daarna kwamen de Facebook-berichten, de mails, de reactie op de website van Linda-Magazine. Opeens stond het onderwerp rouw en liefde in de aandacht.

Ik lees alles- al die mooie en ontroerende reacties, allemaal zeggen ze iets over liefde en samenzijn en niet-kunnen maar toch-moeten missen. Wat kunnen mensen goed en diep van dieren houden, dat is heerlijk om te beseffen.

Er komt nog meer publiciteit aan. Deze week verschijnt het tijdschrift Vriendn met een interview. Zoiets kan gemakkelijk uitgesteld worden, maar daarvan heb ik nog geen bericht gehad. Dus… woensdag naar de kiosk.

En voor wie het stukje in de uitzending wil zien: klik en kijk.

Advertenties

De verjaardag van Tim

  Deze kleine jongen is vernoemd naar Tim. ZIjn vrouw las met herkenning mijn boek over hem, en toen er een nieuw katertje in haar leven kwam, wist ze hoe hij moest heten. Welkom, kleine Tim. Moge je een lang en gelukkig leven hebben in je nieuwe thuis.

Vandaag is het 5 mei, Bevrijdingsdag. Het was ook de verjaardag van Tim, en dat is het nog steeds. Die dag heb ik voor hem gekozen: hij kwam uit het asiel bij mij en begon een nieuw leven.

We vierden het met knuffels en fijne gesprekjes. Hij kreeg ansichten met felicitatiies. Ik zette een berichtje op Facebook waarop lieve reacties kwamen. Zo’n dag waarop je voelt: wat is het heerlijk dat hij er is, bij mij en dat we elkaar hebben. Ik denk er met weemoed aan terug. En ook aan de angst van de laatste verjaardagen, angst die de moeilijke opmerkingen maakte over misschien dit de laatste keer, hoe lang zou ik hem nog hebben, beter genieten van hier en nu.

Vanmorgen vroeg zei ik tegen Bertje: “Jij bent nu de poes in huis, en Tim is vandaag jarig.” Hij vond het best. Volgende maand is hij jarig.

De tweede sterfdag

  Wat ik op de eerste sterfdag van Tim heb gedaan, weet ik niet meer. Rondhangen in de dag, vermoed ik. Steeds weten: het was vorig jaar. Dit jaar ging ik een kaarsje branden. Er is hier een kerk waar dat kan.

Je komt dan in een kleine ruimte, waar de kaarsen staan,  een trommel hangt achter de tralies. Gelukkig was ik alleen.

Kaarsje aansteken, neerzetten, goed in beeld van het altaar en alle heiligen. Iedereen die in dit hiernamaals naar Tim kan omkijken.

Meteen kwamen de tranen in mijn ogen. Of het verdriet om Tim altijd klaar ligt, wachtend op een kans gevoeld te worden.

Erna liep ik heel even over het kerkhof, het was tegen 17.00 uur, dat is daar sluitingstijd. Maar naar huis, besloot ik.

Het was nog even lopen. Ik kwam door het havengebied, en daar keek ik omhoog- naar iets, naar licht, kij kzo zag het eruit:

Donker en schemerig is de hemel. En dan dat licht. Het rare was, dat het ongeveer scheen op waar mijn huis is. Zo zag het er tenminste uit. Mijn huis, waar ik nu met Bertje woon. Misschien was het een teken, dat ik nu daarheen moest. Dus dat deed ik, steeds naar boven kijkend. Toen de wolken zich weer verdicht hadden, was ik allang thuis, Bertje aan het aaien die de hele tijd moest spinnen.

Waarom de sterfdag belangrijk is

   Vanmorgen werd ik wakker en ik wist het meteen. Twee jaar geleden stierf Tim. Vandaag denk ik er steeds weer aan. Een sterfdag is belangrijk.

Belangijk – voor mij, voor degene die herdenkt. Het is weer beseffen wat er was en dat het voorbij ging. Als ik naar alles kijk, de vreugde van het samenzijn en het verdriet van het afscheid, dan weet ik toch: ik zou het meteen overdoen.

Voor anderen is zo’n sterfdag moeilijk, dat snap ik wel. Wat moet je zeggen? Zijn er passende ansichten voor? Hoe ga je met zoiets om?  De meesten vinden: bij twijfel niet oversteken. Zo ontstaat een zwijgende meerderheid.

Ik denk aan Tim en hoe knus ons leven samen was. Hij en ik in dit huis vol boeken, steeds keek de een waar de ander was. Hoe we uren op de bank konden liggen, hij op mij, en mijn handen om zijn lichaam gevouwen. En ook hoe we samen naar buiten keken, mijn wang tegen zijn vacht aan, ik herinner me hoe zijn haartjes zachtjes kriebelden.

Nog steeds mis ik hem. Missen is verlangen. Ik verlang ernaar hem te zien, te aaien, te horen, te kunnen kijken naar te bank waar hij ligt te slapen, ik verlang naar het gewone en vanzelfsprekende van het samen-zijn.Vandaag is het twee jaar geleden dat het stopte.

Tim is nu ergens waar hij het beter heeft, dat weet ik bijna zeker. De laatste keer dat ik iets van hem waarnam, zag ik dat hij in het  licht stond, weer helemaal gezond. Hij liet het me zien, zo ben ik nu. Dat was troost.

Maar vanmorgen vroeg ik aan Bertje: “Denk je  dat jullie elkaar aardig hadden gevonden?”

“Hoe was dat voor je?”

   Over een paar weken verschijnt het boek, en nu zijn er interviews. Het verhaal van rouwen en liefhebben trekt de aandacht. En ik praat weer over Tim. Dat is fijn en moeilijk tegelijkertijd.

Afgelopen week vroeg iemand van Het Parool aan mij, of ik opzag tegen gesprekken over Tim, omdat zo het verdriet weer opgerakeld werd. Over het antwoord moest ik nadenken.

Er zijn veel dagen, dat ik het verdriet niet voel. Dan is er wel – altijd – het voelen dat Tim deel van mij is. Wanneer ik met Bertje praat, noem ik vaak zijn naam. Toch kan zo’n vredige dag opeens aan flarden liggen. Ik zie een foto van Tim waardoor ik in alle scherpte het gemis voel: kom terug, waar ben je nou, hoe kan ik je vinden. Want door die foto weet ik opeens weer hoe knus we samen waren. Dat was de herinnering aan de gelukkige tijden.

Ik wist het antwoord – nee, ik zag er niet tegenop om het verdriet en gemis weer te voelen. Liefde is het hele pakket: geluk en gemis. Met het herinneren en het koesteren van het ene, komt het andere vanzelf mee. Misschien blijft dat voor altijd zo, en dat is helemaal niet erg. Wel moeilijk, maar niet erg.

Het is straks twee jaar geleden dat Tim stierf, dus twee jaar gemis- en toch zeg ik met hart en ziel: ik zou alles zo weer overdoen. Een grote liefde is waardevol.

De plotselinge herinnering

p1040064_resize_resize Vanmorgen gebeurde het. Ik stond voor de vensterbank en keek naar buiten. Bertje wilde ook kijken. Maar ja, ik stond er al. “Kom maar,” zei ik en tot mijn verbazing kwam hij. De eerste keer samen naar buiten kijken. Meteen was er de herinnering aan Tim, aan zijn eerste keer.

We zaten in de wisselwoning, Tim en ik. Daar was alles anders. We vonden het moeilijk maar we deden onze best.

Op een avond zat ik op de bank, en Tim hing erbij. Buiten hoorde ik een geluid en ik keek om, naar het raam. Tim ook. Langzaam ging ik naar de lage vensterbank en toen Tim meewandelde, besloot ik te doen of dit helemaal niet de eerste keer voor hem was. Het gordijn hield ik open en ik zei:”Kom maar”, en hij kwam.

We zaten dicht bij elkaar. Tegen mijn wang voelde ik zijn warme vacht. Samen keken we naar de straat en ik benoemde wat we zagen: een fiets. Een auto. Daar loopt iemand.

Na die eerste avond vond Tim snel de weg naar de vensterbank. Hij genoot van het uitzicht. Toen we weer naar ons eigen huis mochten, had ik een doorlopende vensterbank laten maken over de lengte van de ramen.

Daar zat Bertje op de eerste dag van ons samenzijn al in. Maar samen naar buiten kijken, dat deden we vandaag pas voor de eerste keer.

En dan lees je op Facebook…

fb  Het is een terugkerende ervaring. Op Facebook volg ik meer katten dan mensen,  en zoals het dan gaat, gaat het. Soms sterft er een kat. Dat doet mij pijn- hoe kan dat toch?

Ik kan het niet aan iedereen zeggen. Het antwoord hoor ik al: het is toch internet, je hebt die kat nog nooit gezien, dan kun je wel overal verdriet om hebben.

Ja, nee, misschien. Het zit toch anders.

Er zijn katten die ik al jaren volg. Het begon met de Critter Room, waar de Amerikaanse Foster Dad John – een grote man met een snor – kittens in huis nam, ze verzorgde en daarna ze ter adoptie afstond aan lieve mensen. Een opvangadres, een tijdelijke poezenvader. Het bijzondere was de live stream, camera’s die 24/7 op de critter room met de kittens was gericht.  De geadopteerde kittens kregen vaak een eigen Facebook-pagina. Ik zag ze opgroeien.

Wat voor deze Amerikaanse katten geldt, gaat ook op voor Nederlandse. Een jaar is snel voorbij, achteraf. Ik zie hoe een kat slaapt, eet, speelt, ik leef mee als hij of zij naar de dierenarts gaat en ik hoop ’s morgens vroeg dat de zieke katten beter zijn.

Soms is dat niet zo. Dan komt dat hele moeilijke van het afscheid.

En dan vallen er hier tranen op het toetsenbord.

Emotie is niet afhankelijk van het medium. Via het internet kun je aan een ander hechten. Een mens, een dier, een kat – dichtbij is dichtbij. Maar er komt ook iets anders bij.

Misschien gaat een groot verdriet zoals dat om het verlies van Tim nooit echt voorbij. Ik voel het in mij opkomen, als een aanzwellend onweer, als ik lees over het afscheid van een kat. Dat verdriet daar, het mijne hier. In elk verdriet herhaal ik het verlies.