Op de tv

  En toen stond het stukje uitzending opeens op de eerste plaats: rouwen om dieren. Ik was op de tv, bij Hart van Nederland.

De opnames duurden een paar uur. En wat hielden we over? Nog geen twee minuten, en in die tijd kwamen ook andere mensen aan het woord. Maar ik was en ben er blij mee:

  • heel Nederland heeft het lieve en verstandige gezicht van Tim kunnen zien
  • mijn boodschap was duidelijk: rouwen om dieren mag er ook zijn
  • Bertje kreeg een geweldige close up

En daarna kwamen de Facebook-berichten, de mails, de reactie op de website van Linda-Magazine. Opeens stond het onderwerp rouw en liefde in de aandacht.

Ik lees alles- al die mooie en ontroerende reacties, allemaal zeggen ze iets over liefde en samenzijn en niet-kunnen maar toch-moeten missen. Wat kunnen mensen goed en diep van dieren houden, dat is heerlijk om te beseffen.

Er komt nog meer publiciteit aan. Deze week verschijnt het tijdschrift Vriendn met een interview. Zoiets kan gemakkelijk uitgesteld worden, maar daarvan heb ik nog geen bericht gehad. Dus… woensdag naar de kiosk.

En voor wie het stukje in de uitzending wil zien: klik en kijk.

Advertenties

De plotselinge herinnering

p1040064_resize_resize Vanmorgen gebeurde het. Ik stond voor de vensterbank en keek naar buiten. Bertje wilde ook kijken. Maar ja, ik stond er al. “Kom maar,” zei ik en tot mijn verbazing kwam hij. De eerste keer samen naar buiten kijken. Meteen was er de herinnering aan Tim, aan zijn eerste keer.

We zaten in de wisselwoning, Tim en ik. Daar was alles anders. We vonden het moeilijk maar we deden onze best.

Op een avond zat ik op de bank, en Tim hing erbij. Buiten hoorde ik een geluid en ik keek om, naar het raam. Tim ook. Langzaam ging ik naar de lage vensterbank en toen Tim meewandelde, besloot ik te doen of dit helemaal niet de eerste keer voor hem was. Het gordijn hield ik open en ik zei:”Kom maar”, en hij kwam.

We zaten dicht bij elkaar. Tegen mijn wang voelde ik zijn warme vacht. Samen keken we naar de straat en ik benoemde wat we zagen: een fiets. Een auto. Daar loopt iemand.

Na die eerste avond vond Tim snel de weg naar de vensterbank. Hij genoot van het uitzicht. Toen we weer naar ons eigen huis mochten, had ik een doorlopende vensterbank laten maken over de lengte van de ramen.

Daar zat Bertje op de eerste dag van ons samenzijn al in. Maar samen naar buiten kijken, dat deden we vandaag pas voor de eerste keer.

Rouw en verlangen op Dierendag

dierendaglezing Yarden plaatste mijn column uit de Haagse krant de Zuidwester. Meteen dacht ik: wat staat Tim weer mooi op de foto. Dat zachte van hem. Ik miste hem meteen. Maar ik voelde ook vreugde over alles wat we hadden.  Column lezen? Bij Yarden of hieronder.

“Tim was heel anders dan jij,” zei ik tegen mijn grote huiskater Bert. “Zijn neus bijvoorbeeld was in de loop der jaren zwart geworden en die van jou is snoeperig rose. Het is alletwee even mooi.” Bertje luistert aandachtig wanneer ik over Tim vertel, maar dat kan ook met het aaien te maken hebben.
Het is nu langer dan een jaar geleden dat Tim stierf. En nog steeds zijn er momenten waarop ik verwacht dat hij de kamer binnen wandelt, met zijn staartje vrolijk omhoog gestoken en met een houding die zegt: ziezo, daar ben ik weer.

Het is raar om daarnaar te verlangen. Kennelijk is er een plekje in mijn hart dat hardnekkig blijft geloven dat Tim niet dood kán zijn. Omdat we het altijd zo gezellig hadden. Omdat we zo heel veel van elkaar hielden. Toch heb ik hem met mijn eigen handen in zijn laatste doos gelegd.

Dierendag op dierenbegraafplaats Oud-Rijswijk
Straks, op Dierendag, is er een avond op de dierenbegraafplaats Oud-Rijswijk. Dan mag ik vertellen over het jaar van rouw en verlangen dat achter me ligt. En ook over het vinden van een nieuwe liefde, want dat is Bertje.

Het zijn de grote levensvragen waar we vroeger of later allemaal voor komen te staan. Afscheid nemen, hoe dat moet. Omgaan met de leegte in huis. Opnieuw van iemand gaan houden, ook al denk je: hij gaat eerder dan ik, en moet ik het verdriet dan weer opnieuw doormaken?

Een nieuwe liefde
Bertje komt net als Tim uit het asiel. Toen ik hem zag, wist ik van binnen: dit is hem. Hij had een zachte vacht, en toen ik achter zijn oor friemelde, draaide hij verlegen zijn kop weg. Tijdens de eerste weken ontdekte ik wat een vriendelijk karakter hij had. Als ik moest huilen om Tim, mocht ik mijn gezicht in zijn vacht stoppen. Dat vond hij goed. Daarna knuffelde ik hem dankbaar. Zo leerden we elkaar kennen, en dankzij elkaar kregen we alletwee een thuis.

Het is een heel ding, die lezing. Ik zal zorgen dat het af en toe om te lachen is, en dat wanneer u komt met een verdriet van binnen, u zachter naar huis gaat dan u kwam. Want ik ga delen wat ik heb geleerd over rouw en liefde, en waar de troost is.

Over gastblogger Vilan van de Loo:

Vilan van de Loo is schrijfster. Op dierendag, woensdag 4 oktober geeft ze een lezing bij dierenbegraafplaats Oud-Rijswijk over het overlijden van haar kat Tim en hoe ze haar nieuwe liefde Bertje vond. Vooraf is er een dierzegening en lezing van theoloog, dichter en dierenvriend Hans Bouma.

Mini-Expositie: Van Tim naar Bertje

foto-2 Gistermiddag heb ik de mini-expositie ingericht. Drie vlakken vol fotolijstjes, die het verhaal vertellen. Op elk vlak staat een tekstbord, ook in een lijstje. Ik zette een stap terug, keek ernaar en dacht: ja, dit is het, hier gaat het om.

Je kunt de expositie van onder naar boven bekijken, van boven naar onder en ook vanuit het midden. Pak een lijstje op, dat mag ook.

Op het onderste vlak vertel ik over het leven dat ik samen met Tim had: “We waren altijd samen”. Het middengedeelte gaat over rouwen: “De laatste dag”. Daar staat een foto  bij waarop ik in tranen ben. “Die mevrouw heeft verdriet,” zei een jongetje. Het bovenste gedeelte – “De komst van Bertje”  gaat over hoe alles was toen Bertje en ik elkaar vonden. Daar is Tim ook aanwezig:

Dankzij Tim heb ik Bertje gevonden, met wie ik het nu goed heb. Tim hoort er ook bij, alleen op een andere manier dan vroeger.

Dierenkliniek Moens, Levendaal 71 te Leiden. Expositie tot en met oktober 2016. Facebook: Dierenkliniek Moens

 

 

Dromen van Amore (blog)

amore_liggend Net zoals ik over Tim droomde, zo droomde ik ook over Amore. Hij was er voor Tim, en door hem zocht ik naar iemand als Tim. Eerst de dromen.

Amore was een buitengewoon lieve kater, wat misschien ook kwam doordat hij uitstekend wist de onbetwijstbare eerste plaats in mijn leven te bezetten. Wanneer we samen waren, was hij de allerliefste zachte kater die je maar kon bedenken. De foto bij dit stukje is door een man gemaakt. Amore kijkt dus naar zijn concurrent. Die blik, oei.

De man verdween, Amore bleef.

Nadat Amore naar de poezenhemel was vertrokken, kwam ik hem nog jaren lang tegen in mijn dromen. Af en toe, vooral als ik me ongelukkig en eenzaam voelde. De dromen leken op elkaar. Ik stond in een grote lege vlakte en zag uit de verte een zwarte stip naar me toekomen. Amore. Dicht bij me keek hij me aan, ik tilde hem op en voelde zijn warme lichaam, zijn liefde, zijn troost. Daarna liep hij weer weg. ’s Morgens voelde ik me altijd beter.

Na Amore besloot ik om deze keer te kiezen voor een moeilijke asielkat, iemand die weinig kansen had. Zo wilde ik iets terugdoen voor de poezenwereld, uit dank voor Amore. In het asiel trof ik Tim. Dat was op zaterdag 1 augstus 1998.a

Omgaan met leegte (blog)

leegteHoe ik de eerste weken zonder Tim ben doorgekomen, weet ik niet heel precies meer. Ik herinner me hoe leeg het huis was, en hoe druk ik het wilde hebben om die leegte niet te voelen. Maar dat moest. Tim en ik waren overal samen geweest, dus nu was het overal leeg. Het een hoorde bij het ander.

Eerst was ik drukdrukdruk, uit angst voor pijn van gemis. Daarna besloot ik het toe te laten. Ik zat gewoon in mijn stoel aan de werktafel en keek naar de huiskamer. Het tapijt was het tapijt. Tim lag er niet op. Evenmin was hij op de bank of zat hij naast me te miauwen om iets. Alle herinneringen waren zo dichtbij, hij kon best zo de kamer komen inwandelen, eigenlijk verwachtte ik dat ook.

Soms deed de leegte pijn, dan sneed het gemis van hem door me heen. Net of er een mes in me werd gestoken. Dan riep ik: “Tim, waar ben je nou?” en dan moest ik huilen.

Naarmate de dagen voorbij gingen, veranderde er iets in de leegte. Geleidelijk werd het daar rustiger. Minder pijnlijk. Er kwam rust in en daarmee ruimte voor herinneringen. Het tapijt werd niet meer voortdurend de demonstratie van zijn afwezigheid, maar een zachte herinnering: ja, daar lag hij altijd, wat was dat gezellig en wat hadden we het goed.

En nu? Die afwisseling is er nog steeds, tussen het zachte herinneren en de scherpe pijn van gemis. Beide emoties aanvaard ik.

Op het dierenkerkhof (blog)

dierenkerkhofJe hebt dus: een kerkhof voor dieren en een kerkhof voor mensen. We liggen apart. Waarom moet dat?

Ik vind het gek. En ook harteloos. Je bent een leven lang samen geweest en na de dood moet je opeens apart. Stel je eens voor dat die regeling gold voor een getrouwde man en vrouw, die dan elk naar een apart kerkhof moesten. Zo is het gelukkig niet. Maar voor dieren wel.

Nadat Tim zijn eerste TIA had gekregen, wilde ik voorbereid zijn op het laatste. Dat was in 2013, en hij ging nog lang niet dood. Maar dat wist ik pas achteraf. Bij de dierenarts haalde ik een brochure over het laatste moment dat ik huilend heb gelezen. Ik maakte een plan: cremeren en dan weer terug naar mij. Want straks, als het mijn tijd is, kan hij met me mee in de kist, en met hem Bertje en alle katten die na hem komen en zullen komen. We horen bij elkaar, en daar doet de dood niks aan af.

En zo is het gebeurd, dat plan bedoel ik. In 2015 stierf Tim en ik liet zijn lichaam cremeren, en zo kwam hij terug. In een asbus, zo heet dat. Die zette ik in een mooie witte doos die precies onder een boekenplank paste. Tim was weer thuis en op een vreemde manier voelde ik me daarover blij. Het zal ons niet gebeuren, zo’n apart kerkhof. Wij blijven samen.