Over mij

IMG_1343_kleinKijk, daar is hij. Tim. In augustus 1998 zag ik hem in het asiel. Achterin een kooitje zat hij. Een klein katertje dat nog geen drie jaar was maar al geleerd had de wereld en alle mensen erin te haten. “Die wil ik,” zei ik, en we gingen samen naar huis.

Ik was naar het asiel gegaan met het verlangen de moeilijkste kater een thuis te geven. Dat kwam door Amore, een zwartwitte kater die me zoveel liefde had geschonken, dat ik iets goed wilde teruggeven aan de kattenwereld. In Tim had ik de ideale kandidaat.

Het duurde lang voordat Tim me ging vertrouwen. De eerste tijd woonde hij onder mijn antieke gasfornuis, de la had ik in de schuur gezet. Met een lap ervoor had hij daar een veilige verstopplaats. ’s Avonds las ik het fornuis voor uit Louise Hay en De Profeet, zodat Tim aan me kon wennen. Geleidelijk leerde hij meer te durven: de huiskamer in, eten waar ik bij was, zich laten aaien, alles was een overwinning.

We werden heel gelukkig samen. Tim en ik bleken van dezelfde soorten gezelligheid te houden. Ik lag graag op de bank te lezen en hij sliep dan op mij. We speelden graag met een lintje. ’s Morgens begonnen we de dag met een knuffelsessie, waarvoor Tim me wakker maakte, bijna altijd op het goede moment. Dan hoorde ik hem de slaapkamer inkomen en ik zag een fier geheven staartje. Van bezoek hielden we niet, ik sprak dus buitenshuis af. Het huis was immers ook van hem.

Bij de dierenarts kregen ze bewondering voor Tim. Hij mankeerde nogal eens wat, maar wist er steeds weer bovenop te komen. Alleen na zijn tweede TIA werd het moeilijker, ook omdat zijn medische dossier zo dik was geworden. En toen ging het op een dag niet meer. Dat was 29 april 2015. Ik kan het nog steeds niet zeggen zonder de tranen in mijn ogen te voelen komen. We waren bijna zeventien jaar samen. En ondanks al het verdriet van het gemis, zou ik het zo overdoen.

Advertenties