De tweede sterfdag

  Wat ik op de eerste sterfdag van Tim heb gedaan, weet ik niet meer. Rondhangen in de dag, vermoed ik. Steeds weten: het was vorig jaar. Dit jaar ging ik een kaarsje branden. Er is hier een kerk waar dat kan.

Je komt dan in een kleine ruimte, waar de kaarsen staan,  een trommel hangt achter de tralies. Gelukkig was ik alleen.

Kaarsje aansteken, neerzetten, goed in beeld van het altaar en alle heiligen. Iedereen die in dit hiernamaals naar Tim kan omkijken.

Meteen kwamen de tranen in mijn ogen. Of het verdriet om Tim altijd klaar ligt, wachtend op een kans gevoeld te worden.

Erna liep ik heel even over het kerkhof, het was tegen 17.00 uur, dat is daar sluitingstijd. Maar naar huis, besloot ik.

Het was nog even lopen. Ik kwam door het havengebied, en daar keek ik omhoog- naar iets, naar licht, kij kzo zag het eruit:

Donker en schemerig is de hemel. En dan dat licht. Het rare was, dat het ongeveer scheen op waar mijn huis is. Zo zag het er tenminste uit. Mijn huis, waar ik nu met Bertje woon. Misschien was het een teken, dat ik nu daarheen moest. Dus dat deed ik, steeds naar boven kijkend. Toen de wolken zich weer verdicht hadden, was ik allang thuis, Bertje aan het aaien die de hele tijd moest spinnen.

Advertenties

Waarom de sterfdag belangrijk is

   Vanmorgen werd ik wakker en ik wist het meteen. Twee jaar geleden stierf Tim. Vandaag denk ik er steeds weer aan. Een sterfdag is belangrijk.

Belangijk – voor mij, voor degene die herdenkt. Het is weer beseffen wat er was en dat het voorbij ging. Als ik naar alles kijk, de vreugde van het samenzijn en het verdriet van het afscheid, dan weet ik toch: ik zou het meteen overdoen.

Voor anderen is zo’n sterfdag moeilijk, dat snap ik wel. Wat moet je zeggen? Zijn er passende ansichten voor? Hoe ga je met zoiets om?  De meesten vinden: bij twijfel niet oversteken. Zo ontstaat een zwijgende meerderheid.

Ik denk aan Tim en hoe knus ons leven samen was. Hij en ik in dit huis vol boeken, steeds keek de een waar de ander was. Hoe we uren op de bank konden liggen, hij op mij, en mijn handen om zijn lichaam gevouwen. En ook hoe we samen naar buiten keken, mijn wang tegen zijn vacht aan, ik herinner me hoe zijn haartjes zachtjes kriebelden.

Nog steeds mis ik hem. Missen is verlangen. Ik verlang ernaar hem te zien, te aaien, te horen, te kunnen kijken naar te bank waar hij ligt te slapen, ik verlang naar het gewone en vanzelfsprekende van het samen-zijn.Vandaag is het twee jaar geleden dat het stopte.

Tim is nu ergens waar hij het beter heeft, dat weet ik bijna zeker. De laatste keer dat ik iets van hem waarnam, zag ik dat hij in het  licht stond, weer helemaal gezond. Hij liet het me zien, zo ben ik nu. Dat was troost.

Maar vanmorgen vroeg ik aan Bertje: “Denk je  dat jullie elkaar aardig hadden gevonden?”

Boekpresentatie

  Vandaag is het de dag-erna. Na de boekpresentatie, gistermiddag in Amsterdam. Ik ging erheen met een heel verhaal op papier, het zat in mijn tas. En die middag heb ik het niet nodig gehad. Alles liep anders dan gedacht.

Boekpresentaties zijn voor een auteur als ik  elke keer een gemengd genoegen. Het kan zo druk zijn dat iedereen het een succes vindt, maar ik heb met niemand een wezenlijk woord kunnen wisselen en ga leeg van het glimlachen naar huis. Of je zit achter een tafeltje op een evenement, mensen lopen langs en kijken naar je, en een enkeling zegt vriendelijk: “Ik heb al een boek.” Er zijn veel variaties, maar de boekpresentatie van gistermiddag kende ik nog niet. Dat het ook zo kan, daar denk ik vandaag veel aan.

We zaten om de lange tafel, ongeveer tien mensen bij elkaar. Op tafel wijn en water en hapjes. Het leek net of we familie van lang geleden waren, vertrouwd en vreemd tegelijk, maar verbonden door dat ene gemeenschappelijke: het moeten missen van een geliefd huisdier.

Ik vertelde over het boek en over hoe het nu is. En ook over mijn verlegenheid:

  • dat ik de eerste maanden na de dood van Tim van die waarnemingen had gehad
  • dat het verlies zoveel verdriet bracht, andere mensen leken zo’n verlies veel sneller te aanvaarden
  • en dat ik niet zo goed wist hoe het nu met de liefde moest, omdat ik door Tim zo goed had begrepen hoe fijn het samenzijn met een kater is, zoals ik nu met Bertje heb en wie past daar nou bij

Openheid roept openheid op.

Ik hoorde verhalen die mij ontroerde – en ook herkenning van die verlegenheid. Er lijkt weinig ruimte in de Nederlandse cultuur te zijn voor een groot verdriet om een verloren huisdier. Toch nog een taboe.

Het boek is uit

  Zo ziet het er uit, maar dan anders: de kleuren zijn zachter en op de kattenfiguren zit een glim-effect. En het papier is zacht en chic.

Ik hield het in mijn handen en dacht: nu is het echt. Alles wat er in mij zat aan verdriet is nu de wereld in en iedereen kan zomaar in mijn hart kijken.

Een beetje eng is het wel.

Maar ik ben blij met het boek, omdat het laat zien wat het is om een grote liefde in de vorm van een kat te verliezen. Tim mis ik nog steeds. Misschien is dit een verdriet, dat niet overgaat maar dat ik kan leren dragen.

Bestellen kan bij de uitgever.