Het boek is uit

  Zo ziet het er uit, maar dan anders: de kleuren zijn zachter en op de kattenfiguren zit een glim-effect. En het papier is zacht en chic.

Ik hield het in mijn handen en dacht: nu is het echt. Alles wat er in mij zat aan verdriet is nu de wereld in en iedereen kan zomaar in mijn hart kijken.

Een beetje eng is het wel.

Maar ik ben blij met het boek, omdat het laat zien wat het is om een grote liefde in de vorm van een kat te verliezen. Tim mis ik nog steeds. Misschien is dit een verdriet, dat niet overgaat maar dat ik kan leren dragen.

Bestellen kan bij de uitgever.

Advertenties

“Hoe was dat voor je?”

   Over een paar weken verschijnt het boek, en nu zijn er interviews. Het verhaal van rouwen en liefhebben trekt de aandacht. En ik praat weer over Tim. Dat is fijn en moeilijk tegelijkertijd.

Afgelopen week vroeg iemand van Het Parool aan mij, of ik opzag tegen gesprekken over Tim, omdat zo het verdriet weer opgerakeld werd. Over het antwoord moest ik nadenken.

Er zijn veel dagen, dat ik het verdriet niet voel. Dan is er wel – altijd – het voelen dat Tim deel van mij is. Wanneer ik met Bertje praat, noem ik vaak zijn naam. Toch kan zo’n vredige dag opeens aan flarden liggen. Ik zie een foto van Tim waardoor ik in alle scherpte het gemis voel: kom terug, waar ben je nou, hoe kan ik je vinden. Want door die foto weet ik opeens weer hoe knus we samen waren. Dat was de herinnering aan de gelukkige tijden.

Ik wist het antwoord – nee, ik zag er niet tegenop om het verdriet en gemis weer te voelen. Liefde is het hele pakket: geluk en gemis. Met het herinneren en het koesteren van het ene, komt het andere vanzelf mee. Misschien blijft dat voor altijd zo, en dat is helemaal niet erg. Wel moeilijk, maar niet erg.

Het is straks twee jaar geleden dat Tim stierf, dus twee jaar gemis- en toch zeg ik met hart en ziel: ik zou alles zo weer overdoen. Een grote liefde is waardevol.

De plotselinge herinnering

p1040064_resize_resize Vanmorgen gebeurde het. Ik stond voor de vensterbank en keek naar buiten. Bertje wilde ook kijken. Maar ja, ik stond er al. “Kom maar,” zei ik en tot mijn verbazing kwam hij. De eerste keer samen naar buiten kijken. Meteen was er de herinnering aan Tim, aan zijn eerste keer.

We zaten in de wisselwoning, Tim en ik. Daar was alles anders. We vonden het moeilijk maar we deden onze best.

Op een avond zat ik op de bank, en Tim hing erbij. Buiten hoorde ik een geluid en ik keek om, naar het raam. Tim ook. Langzaam ging ik naar de lage vensterbank en toen Tim meewandelde, besloot ik te doen of dit helemaal niet de eerste keer voor hem was. Het gordijn hield ik open en ik zei:”Kom maar”, en hij kwam.

We zaten dicht bij elkaar. Tegen mijn wang voelde ik zijn warme vacht. Samen keken we naar de straat en ik benoemde wat we zagen: een fiets. Een auto. Daar loopt iemand.

Na die eerste avond vond Tim snel de weg naar de vensterbank. Hij genoot van het uitzicht. Toen we weer naar ons eigen huis mochten, had ik een doorlopende vensterbank laten maken over de lengte van de ramen.

Daar zat Bertje op de eerste dag van ons samenzijn al in. Maar samen naar buiten kijken, dat deden we vandaag pas voor de eerste keer.

En dan lees je op Facebook…

fb  Het is een terugkerende ervaring. Op Facebook volg ik meer katten dan mensen,  en zoals het dan gaat, gaat het. Soms sterft er een kat. Dat doet mij pijn- hoe kan dat toch?

Ik kan het niet aan iedereen zeggen. Het antwoord hoor ik al: het is toch internet, je hebt die kat nog nooit gezien, dan kun je wel overal verdriet om hebben.

Ja, nee, misschien. Het zit toch anders.

Er zijn katten die ik al jaren volg. Het begon met de Critter Room, waar de Amerikaanse Foster Dad John – een grote man met een snor – kittens in huis nam, ze verzorgde en daarna ze ter adoptie afstond aan lieve mensen. Een opvangadres, een tijdelijke poezenvader. Het bijzondere was de live stream, camera’s die 24/7 op de critter room met de kittens was gericht.  De geadopteerde kittens kregen vaak een eigen Facebook-pagina. Ik zag ze opgroeien.

Wat voor deze Amerikaanse katten geldt, gaat ook op voor Nederlandse. Een jaar is snel voorbij, achteraf. Ik zie hoe een kat slaapt, eet, speelt, ik leef mee als hij of zij naar de dierenarts gaat en ik hoop ’s morgens vroeg dat de zieke katten beter zijn.

Soms is dat niet zo. Dan komt dat hele moeilijke van het afscheid.

En dan vallen er hier tranen op het toetsenbord.

Emotie is niet afhankelijk van het medium. Via het internet kun je aan een ander hechten. Een mens, een dier, een kat – dichtbij is dichtbij. Maar er komt ook iets anders bij.

Misschien gaat een groot verdriet zoals dat om het verlies van Tim nooit echt voorbij. Ik voel het in mij opkomen, als een aanzwellend onweer, als ik lees over het afscheid van een kat. Dat verdriet daar, het mijne hier. In elk verdriet herhaal ik het verlies.

Van Tim naar Bertje – voorpublicatie

timbertje Voorpublicatie Van Tim naar Bertje. Kleine autobiografie van rouwen en liefhebben. De eerste twee hoofdstukken op Isuu.com – klik hier.

De eerste twee wil zeggen: eerst hoofdstuk 1. Zo begint het: “Zelfs in onze laatste maand waren we gelukkig.”  Het was geen gemakkelijk hoofdstuk om te schrijven. Want ik wilde dat het te lezen was, dus niemand mocht instorten van al het droevige. En toch moest juist dat droevige voelbaar zijn. Niet alleen in mij. Het was schrijven en herschrijven.

Dan zapt de voorpublicatie door naar hoofdstuk 8 en dat heet: Adelbert Cornelis. Zo is de volledige naam van Bertje, met wie ik nu samenwoon. Dit hoofdstuk gaat over onze ontmoeting en de eerste avond en nacht samen, hoe dat voor ons was. Vreemd natuurlijk. Hij in een onbekend huis, ik met een nieuwe kater – en toch wilden we samen zijn en dat lukte ook.

Toen ik het schreef, wilde ik recht uit mijn hart schrijven. Over verdriet en wanhoop, en over de gekte die je dan kan overvallen – en over het gemis van een geliefd katertje, dat missen is er nog steeds. Anders. Maar wel aanwezig.

Ik ben blij dat het boek er is. Omdat het iets laat zien van de liefde tussen katerman en vrouw, maar ook omdat ik hoop dat meer mensen nu over die bijzondere liefdesband durven te spreken of schrijven, over de rouw en over – in mijn geval – het zo weer willen overdoen, alles, alles.

Pet Publishers, 96 pag. 12,50 euro. Verschijnt eind maart.

Het afscheid van Fukumaru-Chan

fukumaru  Deze foto bracht de tranen in mijn ogen. Al die liefde en tederheid, de wederkerigheid ervan, wat was dat mooi en wat is dat nu droevig. Fukumaru is niet meer. De mooie Japanse kater is gaan hemelen.

We kennen allemaal de prachtige foto’s van het gedeelde leven van Fukumaru en zijn vrouw. De kleindochter van deze Granny maakte er fotoboeken over, die nog steeds via Amazon te koop zijn. Daarop kun je zien hoe diep de band tussen mens en dier, tussen vrouw en kat, kan zijn. Een volwaardige liefdesrelatie.

Het afscheid van Fukumaru is in besloten familiekring geweest. Hij stierf aan nierziekte, zoals veel katers en poezen. Voor mijn Tim was dat uiteindelijk ook fataal.

Een jaar na de dood van Fukumaru maakte Ihara Miyoko, de kleindochter en fotografe, bekend wat er gebeurd was. Wat mooi om het zo te doen. Met aandacht en respect, en zonder de sensatie te zoeken. Deze foto verdient wat mij betreft een grote prijs. Je ziet de liefde en het samenzijn- alles dat er was, en nog steeds is, maar anders. Nu ik dat schrijf, heb ik weer een zakdoek nodig.

(bron: Japancrush)

Terugkijken

timnieuwleven3Aan de binnenkant van een keukenkastje zag ik opeens een oud lijstje, waarin ik opsom wat me blij maakt. Er stond: “Vroeg naar bed en dan samen met Tim naar de tv kijken.”

Ja- zo was dat, toen. De televisie deed ik weg nadat Tim stierf. En deze december denk ik: dit was het eerste jaar zonder hem. Het missen is er nog steeds.

Is er een grens aan missen en verlangen? Houdt het ooit op?

Het is deze maand anderhalf jaar geleden dat Tim ging hemelen. Toen was het missen en verlangen pijnlijk, ik voelde het liever niet en toch diende het zich overal aan. De pijn was fysiek. Soms waren er steken in mijn hart. Of er sloeg een golf van pijn door mijn lichaam waardoor ik moest stilstaan en steun zoeken aan een muur. Ik kon aan tafel zitten en opeens, door een kleine gedachte, in tranen uitbarsten, tranen die geen verlichting brachten maar uitputting en eenzaamheid – het zonder Tim te zijn deed pijn.

En nu is het anders. Niet minder. Anders.

Het is of er een diep meer in mij is, donkerblauw water, en dat is het donkere meer van verdriet en gemis. Het is rustig. Tot er een woord klinkt, een beeld arriveert of ik een lijstje aan de binnenzijde van een keukenkastje  lees- dan kolkt dat meer op in hoge golven. O, hem nog een keer te mogen zien, te kunnen aaien, samen te zijn, even maar.