In het theater: De Rouw Revue

rouwrevueSoms lijkt rouw uit het taboehoekje te komen. Je mag erover praten. En je mag er ook over lachen, blijkt. Want de Rouw Revue trekt door Nederland, daarin spelen Mylou Frencken Helder en Pieter Tiddens.

Zo begint het stukje op de website:

“Voor weduwen, weduwnaars, wezen, halve wezen en toekomstig nabestaanden. Voor iedereen dus. Verlies lijden we allemaal, ooit.
De RouwRevue moest er komen: open, emotioneel, confronterend maar ook bevrijdend. Zoals het in een revue hoort een afwisseling van meezingers, tere liedjes, komieke sketches, intieme verhalen van achterblijvers en zelfs stijldans.
Mylou Frencken verloor binnen twee jaar haar man en haar vader. Ze is een ongediplomeerd rouwdeskundige. Pieter Tiddens begroef zijn ouders en schoonbroer maar voelt zich juist alles behalve een kenner.
Dood gaat snel, rouw duurt lang.”

Die laaste zin is erg mooi. Ja, zo is het. Erover praten is moeilijk. Soms zit ik in een bus, allemaal mensen om me heen en dan denk ik: misschien draagt iedereen wel een rouwverdriet met zich mee. Of de helft van iedereen in deze bus. Je zou er veel vaker iets over willen lezen.

Voor meer informatie: klik hier voor de website

Advertenties

Wie aan niets gehecht is…

Wie aan niets gehecht is,heeft geen verlies te vrezen

In je verdriet kun je denken: dit wil ik nooit meer voelen. En daar hou je je dan aan. Geen nieuw dier komt in je leven. Zo kun je die pijn van het afscheid vermijden, dus inderdaad, dat werkt. Je hart zit veilig achter slot en grendel.

Maar stel nou eens dat je met wat je nu weet over afscheid nemen, mocht kiezen: nog een keer alles beleven met je dier inclusief het verdriet of hem of haar nooit gekend hebben?

Weet je, soms is de liefde het verdriet gewoon waard.

Ik wilde het niet zeggen (blog)

spiegVandaag sprak ik iemand die ik een paar jaar geleden voor het laatst gezien had. Dan praat je bij. Het was best gezellig, maar ik merkte dat ik dat ene onderwerp ontweek. Ik wilde het niet zeggen. Dus zei ik het niet.

Daarom dacht hij dat Tim gewoon leefde en ik leunde tegen die gedachte aan. In zijn hoofd bestond die wereld van Tim en mij nog. Weer voelde ik hoe gelukkig we samen waren geweest, zo vanzelfsprekend knus met z’n tweetjes in dit huis, voortdurend tegen elkaar pratend en miauwend. Zo gezellig als het was. Het bestond allemaal weer. In mij, doordat hij niet wist dat Tim gestorven was. Ik verstopte me in zijn herinneringen.

Toen ik het zei, schrok hij. Om mij. En met een klap kwam al het verdriet weer terug. Eigen schuld, ik had het meteen moeten zeggen.

Later die dag kocht ik grote zachte zoete perziken, troosteten.

Hi, I am Lulu

Lulu

Lulu woont en werkt in Amerika. Ze is therapie-hond bij begrafenissen. Een mooie baan die goed bij haar past. Ze is sociaal en troost graag mensen. Lulu werkt bij Ballard-Durand Funeral and Cremation Services.

In Nederland hebben we de troosthond Ruby, die te boeken is. Lees hier het artikel over haar. Lulu was er eerder.

Matthew Fiorillo is de chef van het begrafenisbedrijf. Hij kwam in 2014 op het idee om troosthonden in te zetten toen hij op een vliegveld strandde nadat zijn vlucht geschrapt was. Daar zat hij. Boos, gefrustreerd, wanhopig. En toen wandelde er een Maltezer hondje voorbij dat geaaid wilde worden. En Fiorillo werd kalm.

Lulu is een Golden Doodle, een kruising tussen een Golden Retriever en een poedel. Dan heb je een lieve, intelligente en aanhankelijke hond. Aaien is fijn en stil en liefdevol bij mensen zitten ook.

Aan Lulu heeft Matthew Fiorillo persoonlijk ook veel. Het begrafeniswezen is vol emotie. Ze ontbijten elke dag samen en hij voelt zich sterker doordat zij er is. Eigenlijk leiden ze het bedrijf samen. Nog een foto?

lulu2

(bron: Petful)

Meer herinneringen (blog)

199-Tim_klTim is op deze foto jong, waarschijnlijk drie jaar, tegen de vier. Hij is dan ongeveer een jaar bij me. Het is te zien hoe hij toen was: waakzaam, alert, met nul procent vertrouwen. Toch was hij in dat jaar veel vooruit gegaan, Ik vond de foto een paar dagen geleden terug.

Als ik naar hem kijk, voel ik zachtheid van binnen. Ach, wat was het in het begon toch een moeilijke tijd. Hij was zo bang en zo agressief, voortdurend bezig de wereld te bevechten. Pas jaren later werd hij een zachte en wijze kater, maar iets van het alerte zou hij blijven houden.

Ik kijk naar de foto zonder het verdriet van de rouw. Dat is er soms wel en soms niet. Eerst weigerde ik alle rouw. Want ik dacht, juist door het verdriet herinner ik me alles scherp, het is net of er een lamp op staat. Hoe hij de slaapkamer inwandelde. Hoe hij op mijn buik kon slapen. Hoe hij kon kijken. Zal ik dat alles zonder verdriet nog weten?

Daarin vergiste ik me. In de maanden na zijn dood ontdekte ik dat rouw een koevoet is, die allerlei herinneringen los wrikt. Rouw kan ook zijn: het verlangen naar toen – hoe was dat ook weer, hoe ging het? Zonder verdriet reikt het geheugen verder terug.

Dit is het verhaal van de foto. Tim huisde onder het fornuis, daar had ik een lade weggehaald. Met een gordijntje voor die ruimte had hij zijn eigen verstopplek. Veilig maar eenzaam. Hij verlangde naar liefde. Dat was te halen in de huiskamer, waar ik aan mijn werktafel zat te computeren. Hij oefende dus met naar de kamer gaan. Hier is hij de drempel over. Dat deed hij elke avond een aantal keren. Steeds in de kamer, terug onder het formuis, moed verzamelen, opnieuw, een stapje dichterbij komen of niet. Ik zat aan mijn tafel en probeerde te doen alsof ik ontspannen was. Soms tikte ik van de zenuwen alleen het alfabet. Zo was het de eerste tijd. Wennen.

Hier ter vergelijking met een foto uit zijn laatste jaren, hier is hij ongeveer zeventien jaar. Het bange is weg, Hij kent zijn wereld. Zijn neus is zwart. En hij heeft ontdekt dat hij van aaien houdt. Het katertje van toen veranderde in een knuffeljongen.

toennu

 

Nabestaanden praten moeilijk

RD12aug2016

Reformatorisch Dagblad, 12 augustus 2016

Dat verbaast me nog: slechts een kwart. Dus 1 op de 4 mensen vindt het moeilijk om een gesprek over leven na verlies te voeren.

Goed onderzoek, waarvoor Yarden een compliment verdient.

Is het echt zo’n taboe? Vermoedelijk wel. Alleen een mooi oud kerkhof vind je in de stad, de grote moderne crematoria zie je alleen wanneer je er moet zijn. Daarna niet meer.

Dat onzichtbare, daar moeten we eens los van zien te raken. Praten over wie en wat geweest is, namen noemen, foto’s aan de muur – herinneren is een werkwoord.

Maische en Amore (blog)

img193Amore was er het eerste, en toen hij op leeftijd kwam, arriveerde Maische. Ze hadden een gcompliceerde verhouding, Maische was de baas. Amore had de meeste liefde. Twee dozen tot hun beschikking, en ze lagen bij elkaar. Maische vooraan.

Ik moet nog meer foto’s van haar hebben, maar waar, weet ik niet. Toen ik deze zocht, merkte ik pas hoe slecht ik daarmee op orde ben. Overal pakjes en enveloppen, en overal zitten poezenfoto’s in.

Maische kwam uit het asiel en ze was een bijzondere poes: ze had drie pootjes. Achter liep ze met een enkel pootje. En hoe. Ze kon rennen en traplopen, en ze mepte Amore als ze dan nodig vond. Eens keek ik in bed zittend toe hoe dat verliep. Eerst kwam Amore binnen en even over de drempel ging hij zitten. Misschien moest hij over iets nadenken. Maische kwam achter hem en vond het niks, zo’n kater die er zat. Bam, ging haar voorpootje. Amore en ik schrokken ons wezenloos. Dat was niet de bedoeling.

Over Amore een andere keer, en ook over Joop, degene die voor hem was.

Met Maische heb ik voor het eerst heel bewust afscheid genomen, ze was pas veertien jaar. Op een avond ging het opeens snel mis, Ze wilde niks meer eten, ze keek raar en ik belde een taxi en ging met hoge spoed naar de dierenarts. Daar hoorde ik dat er niks meer aan te doen viel. Haar nieren waren stuk. De dierenarts vroeg of ik erbij wilde blijven en half-verontwaardigd zei ik natuurlijk. We kregen een aparte ruimte. Daar hield ik haar in mijn armen, ik aaide en praatte. En zo is ze gestorven. Bij mij.

Ik nam haar mee terug naar huis. Weer in een taxi. Toen de chauffeur vroeg hoe het bij de dierenarts was gegaan, kon ik geen antwoord geven.Mijn keel zat dicht, mijn stem was stuk. Ik schudde nee en keek uit het raam. Hij begreep het.

Thuis legde ik Maische in een doos en zette die op de wasmachine in de berging. Dat ging me wel aan het hart, zo donker en alleen lag ze daar. Maar dat was het harde van dood-zijn.

Ik heb haar met wat hulp ergens in een mooi park begraven. Daar ligt ze vredig. En toch denk ik, had ik haar maar laten cremeren en hier thuis gehouden. Net als ik met Tim heb gedaan. Nu ik een busje heb met zijn as erin, komen herinneringen terug aan de anderen. Zij waren er ook.