Boekpresentatie

  Vandaag is het de dag-erna. Na de boekpresentatie, gistermiddag in Amsterdam. Ik ging erheen met een heel verhaal op papier, het zat in mijn tas. En die middag heb ik het niet nodig gehad. Alles liep anders dan gedacht.

Boekpresentaties zijn voor een auteur als ik  elke keer een gemengd genoegen. Het kan zo druk zijn dat iedereen het een succes vindt, maar ik heb met niemand een wezenlijk woord kunnen wisselen en ga leeg van het glimlachen naar huis. Of je zit achter een tafeltje op een evenement, mensen lopen langs en kijken naar je, en een enkeling zegt vriendelijk: “Ik heb al een boek.” Er zijn veel variaties, maar de boekpresentatie van gistermiddag kende ik nog niet. Dat het ook zo kan, daar denk ik vandaag veel aan.

We zaten om de lange tafel, ongeveer tien mensen bij elkaar. Op tafel wijn en water en hapjes. Het leek net of we familie van lang geleden waren, vertrouwd en vreemd tegelijk, maar verbonden door dat ene gemeenschappelijke: het moeten missen van een geliefd huisdier.

Ik vertelde over het boek en over hoe het nu is. En ook over mijn verlegenheid:

  • dat ik de eerste maanden na de dood van Tim van die waarnemingen had gehad
  • dat het verlies zoveel verdriet bracht, andere mensen leken zo’n verlies veel sneller te aanvaarden
  • en dat ik niet zo goed wist hoe het nu met de liefde moest, omdat ik door Tim zo goed had begrepen hoe fijn het samenzijn met een kater is, zoals ik nu met Bertje heb en wie past daar nou bij

Openheid roept openheid op.

Ik hoorde verhalen die mij ontroerde – en ook herkenning van die verlegenheid. Er lijkt weinig ruimte in de Nederlandse cultuur te zijn voor een groot verdriet om een verloren huisdier. Toch nog een taboe.

Advertenties

“Hoe was dat voor je?”

   Over een paar weken verschijnt het boek, en nu zijn er interviews. Het verhaal van rouwen en liefhebben trekt de aandacht. En ik praat weer over Tim. Dat is fijn en moeilijk tegelijkertijd.

Afgelopen week vroeg iemand van Het Parool aan mij, of ik opzag tegen gesprekken over Tim, omdat zo het verdriet weer opgerakeld werd. Over het antwoord moest ik nadenken.

Er zijn veel dagen, dat ik het verdriet niet voel. Dan is er wel – altijd – het voelen dat Tim deel van mij is. Wanneer ik met Bertje praat, noem ik vaak zijn naam. Toch kan zo’n vredige dag opeens aan flarden liggen. Ik zie een foto van Tim waardoor ik in alle scherpte het gemis voel: kom terug, waar ben je nou, hoe kan ik je vinden. Want door die foto weet ik opeens weer hoe knus we samen waren. Dat was de herinnering aan de gelukkige tijden.

Ik wist het antwoord – nee, ik zag er niet tegenop om het verdriet en gemis weer te voelen. Liefde is het hele pakket: geluk en gemis. Met het herinneren en het koesteren van het ene, komt het andere vanzelf mee. Misschien blijft dat voor altijd zo, en dat is helemaal niet erg. Wel moeilijk, maar niet erg.

Het is straks twee jaar geleden dat Tim stierf, dus twee jaar gemis- en toch zeg ik met hart en ziel: ik zou alles zo weer overdoen. Een grote liefde is waardevol.