Opeens een golf van herinneringen

korfje  Vanmorgen moest ik de berging half leeg ruimen: er kwamen monteurs voor de cv-ketel. Op de berging zag ik alle spullen van Tim weer, ook dat kleine korfje dat hij zo leuk had gevonden. Er sloeg een golf van herinneringen door me heen.

Dat korfje is een verhaal apart. Voor Tim had ik een klimmeubel gekocht, groot en stoer, maar toch overzichtelijk. En duur, meer dan honderd euro..

Tim vond er geen klap aan. Hoe ik de mogelijkheden ervan ook aanprees en aanwees, hij wenste er geen gebruik van te maken. Na een jaar of wat besloot ik dat het klimmeubel weg moest. Ik brak het korfje eraf en legde het vlak voor de bank, om later weg te gooien. Tot mijn verbazing vond hij het meteen leuk. Erin zitten en erdoor kijken, door het korfje heen lopen, hij kon er niet gauw genoeg van krijgen. De rest van het klimmeubel ging naar de kringloop, het korfje bleef.

Vanmorgen op de berging had ik het weer in handen. Die zachte bekleding, en die opening waar hij dan doorheen gluurde. En nu wist ik niet eens meer heel precies hoe hij erin liep, en of hij miauwde als hij dan aandacht wilde. De herinneringen golfden terug, maar anders dan voorheen. Beelden, flarden van het verleden, zonder geluid, zonder details. Vervaagd –  wat goed en moeilijk tegelijkertijd is.

Advertenties

Meer herinneringen (blog)

199-Tim_klTim is op deze foto jong, waarschijnlijk drie jaar, tegen de vier. Hij is dan ongeveer een jaar bij me. Het is te zien hoe hij toen was: waakzaam, alert, met nul procent vertrouwen. Toch was hij in dat jaar veel vooruit gegaan, Ik vond de foto een paar dagen geleden terug.

Als ik naar hem kijk, voel ik zachtheid van binnen. Ach, wat was het in het begon toch een moeilijke tijd. Hij was zo bang en zo agressief, voortdurend bezig de wereld te bevechten. Pas jaren later werd hij een zachte en wijze kater, maar iets van het alerte zou hij blijven houden.

Ik kijk naar de foto zonder het verdriet van de rouw. Dat is er soms wel en soms niet. Eerst weigerde ik alle rouw. Want ik dacht, juist door het verdriet herinner ik me alles scherp, het is net of er een lamp op staat. Hoe hij de slaapkamer inwandelde. Hoe hij op mijn buik kon slapen. Hoe hij kon kijken. Zal ik dat alles zonder verdriet nog weten?

Daarin vergiste ik me. In de maanden na zijn dood ontdekte ik dat rouw een koevoet is, die allerlei herinneringen los wrikt. Rouw kan ook zijn: het verlangen naar toen – hoe was dat ook weer, hoe ging het? Zonder verdriet reikt het geheugen verder terug.

Dit is het verhaal van de foto. Tim huisde onder het fornuis, daar had ik een lade weggehaald. Met een gordijntje voor die ruimte had hij zijn eigen verstopplek. Veilig maar eenzaam. Hij verlangde naar liefde. Dat was te halen in de huiskamer, waar ik aan mijn werktafel zat te computeren. Hij oefende dus met naar de kamer gaan. Hier is hij de drempel over. Dat deed hij elke avond een aantal keren. Steeds in de kamer, terug onder het formuis, moed verzamelen, opnieuw, een stapje dichterbij komen of niet. Ik zat aan mijn tafel en probeerde te doen alsof ik ontspannen was. Soms tikte ik van de zenuwen alleen het alfabet. Zo was het de eerste tijd. Wennen.

Hier ter vergelijking met een foto uit zijn laatste jaren, hier is hij ongeveer zeventien jaar. Het bange is weg, Hij kent zijn wereld. Zijn neus is zwart. En hij heeft ontdekt dat hij van aaien houdt. Het katertje van toen veranderde in een knuffeljongen.

toennu