De plotselinge herinnering

p1040064_resize_resize Vanmorgen gebeurde het. Ik stond voor de vensterbank en keek naar buiten. Bertje wilde ook kijken. Maar ja, ik stond er al. “Kom maar,” zei ik en tot mijn verbazing kwam hij. De eerste keer samen naar buiten kijken. Meteen was er de herinnering aan Tim, aan zijn eerste keer.

We zaten in de wisselwoning, Tim en ik. Daar was alles anders. We vonden het moeilijk maar we deden onze best.

Op een avond zat ik op de bank, en Tim hing erbij. Buiten hoorde ik een geluid en ik keek om, naar het raam. Tim ook. Langzaam ging ik naar de lage vensterbank en toen Tim meewandelde, besloot ik te doen of dit helemaal niet de eerste keer voor hem was. Het gordijn hield ik open en ik zei:”Kom maar”, en hij kwam.

We zaten dicht bij elkaar. Tegen mijn wang voelde ik zijn warme vacht. Samen keken we naar de straat en ik benoemde wat we zagen: een fiets. Een auto. Daar loopt iemand.

Na die eerste avond vond Tim snel de weg naar de vensterbank. Hij genoot van het uitzicht. Toen we weer naar ons eigen huis mochten, had ik een doorlopende vensterbank laten maken over de lengte van de ramen.

Daar zat Bertje op de eerste dag van ons samenzijn al in. Maar samen naar buiten kijken, dat deden we vandaag pas voor de eerste keer.

Advertenties

Een balletje op de berging

bal2Even een grote tas van de berging halen, dacht ik. Maar ja, het is wel de berging. Die staat tjokvol en er liggen door elkaar heen een paar grote tassen, nooit zijn ze helemaal leeg. In de eerste tas vond ik een balletje. Dat was van hem geweest. Van Tim.

Ik hield het vast en voelde de stroefheid ervan. De herinneringen stroomden terug, alsof het een Madeleine koekje bij Proust.

Dat stroeve, ja, daardoor stuiterde het zo goed. Alle kanten ging het op, en Tim rennen. We speelden er vooral mee in de wisselwoning, waar we verbleven toen ons huis gerenoveerd moest worden. In de wisselwoning lag een gladde vloer. Na een poosje ontdekte Tim de voordelen daarvan: je kon glijden. En je speelde anders: gekker en wilder.

Om het balletje knoopte ik een lang lint, de afdruk ervan is nog zichtbaar. Flink aantrekken, stevig vastzetten. Ik gooide het dan naar een hoek van de kamer, het stuiterde razendsnel weg, en Tim er achteraan. Daarna bewoog ik het lint: ging dat balletje een andere kant op. Soms trok ik het weer naar me toe. We vonden het alletwee leuk en spannend, eigenlijk was het sport.

Alleen ermee spelen mocht niet. Want ik dacht, straks knaagt hij er nog een stukje af. Dus wanneer het spelen klaar was, borg ik het balletje op en zei: “De volgende keer gaan we weer verder.Tim.”

Dat ene kleine balletje terug te vinden, speelgoed van hem en mij, en dan alles weer weten. Met de herinneringen kwam een vaag verdriet mee, maar sterker was de vreugde om dit met hem gedeeld te hebben.