Het leven van onze doden

levenvan  Natuurlijk kocht ik het boek met die ene reden: om meer te weten over waar Tim nu was. Matthew Mckay verloor een zoon en ging op zoek: waar is hij nu, is er contact mogelijk?

Het antwoord is: ja.  Mckay ontdekte dat zijn zoon Jordan in staat was hem te bereiken. Dit boek is het verslag van pogingen tot contact, de methoden en ook van hetgeen Jordan te zeggen had. Daarbij ontvouwt Mckay zijn visie op het hiernamaals: wij zijn allen ziel, leven na leven leren we ons te verbeteren en daarna helpen we andere zielen.

 

Het boek zal voor veel mensen een troost zijn. Maar hoe mooi en daardoor aantrekkelijk de inhoud ook is, ik vond het raar en onaanvaardbaar dat er geen dieren met een ziel in voorkomen.

Is het hiernamaals alleen voor mensen? Dat kan ik me niet voorstellen.

Wanneer de auteur vertelt hoe zielen met ons, de levenden, contact zoeken, meldt hij de manieren waarop dat kan gaan: in dromen, via muziek en ook via een dier. En de ziel van een dier, hoe gaat dat?

Zelf heb ik de ervaring van dromen en waarnemingen gehad- Tim zien in een ooghoek, en als ik keek, dan zag ik niets meer. Als die waarneming voortkwam uit een wens, dan had ik me natuurlijk niet beperkt tot iets in mijn ooghoek. Ook daarom geloof ik dat het waar was.

Dat is eigenlijk een ander verhaal. Maar misschien ook niet. Zielen zijn zielen. Of een dier een ziel heeft? Kijk naar een dier en je voelt de waarheid van binnen. En zoals de dieren-dominee dan zegt: “God is trouw aan zijn schepping.”

 

 

 

 

Advertenties

Het boek komt eraan

boektim2 Dit was het eerste boek over Tim. Hij vertelde hierin over zijn leven als kater op leeftijd. De ongemakken. De gezelligheid. De dierenarts en dan weer thuis, samen.

Nadat Tim was gaan hemelen, had ik een heel ander leven. Zonder hem. Hoe dat moest, bleek ik te moeten leren, we waren ook zo’n twee-eenheid geweest. Rouwen om een gestorven huisdier, wie weet hoe dat moet?

In mijn dagboek schreef ik over het vallen en opstaan van die tijd. De tranen, de psychosomatische verschijnselen, en soms ook waarom ik moest lachen en wat me ontroerde.

Ik ben nou eenmaal een schrijvend mens.  Als ik iets niet opschrijf, verlies ik het. En ik wilde Tim bewaren, wat er geweest was, bij me houden. Woorden en foto’s en filmpjes.

Deze week zag ik de drukproeven van wat het tweede boek gaat worden. Het omslag, vrolijk en toch stemmig. En ik besefte: toen dacht ik dat ik nooit het verlies van Tim te boven zou komen en nu kan ik ermee leven: met het verdriet, het verlangen en het gemis.

Toch een vooruitgang.

Het boek verschijnt volgend jaar februari.

Innerlijk leven van dieren

levenvan De titel is al een stevige uitspraak: dieren hebben een innerlijk leven. Net als mensen. Dat innerlijk leven kent emoties, net als dat van mensen. Het boek van Peter Wohlleben maakt alleen daarom al indruk.

De  boswachter beschrijft vooral wat hij in zijn naaste omgeving ziet: het bos, de dieren die zijn woning naderen, zijn huisdieren. Het zijn observaties, verhalend opgeschreven. Zijn standpunt is stellig en sympathiek:

“Waar je ook kijkt: dieren houden van elkaar, voelen met elkaar mee en genieten van het leven.”

Maar het is niet allemaal feel good. Het boek gaat ook over rouw van dieren, sterven, het kwaad van de bioindustrie en het hiernamaals voor dieren:

“Een ziel is de basisvoorwaarde voor een leven na de dood, als je niet in de lichamelijke wederopstanding gelooft. En als de mens zo’n soort ziel heeft, dan moeten dieren die ook hebben.”

Een boek dat er moet zijn – al is het niet altijd even duidelijk wat de auteur vindt bij gebrek aan uitleg. Wat is bijvoorbeeld “zo’n soort ziel”- komen die dan in soorten? Een ziel is een ziel, voor mens en dier.

Campert over Pico

campert_kl Een mooie column van Remco Campert in Elsevier vorige week (3 december). Onder de titel ‘Gelegenheden’ beschrijft hij het fenomeen – en dan herinnert hij zich deze bijzondere begrafenis van Pico.

Campert en Kousbroek zijn beide poezenmannen. In hun literaire werk heeft de kat een mooie en belangrijke plaats. Deze korte passage doet verlangen naar meer over Pico – een biografische schets. Wie was de kater die “jarenlang lief en leed” met de schrijver deelde, en die hem tot troost was?

Het moet ook een ontroerende en droevige begrafenis zijn geweest. Er waren genodigden, het was in de herfst, het gebeurde in een tuin bij het woonhuis van Pico, waarschijnlijk waren er toespraken.

Misschien was er juist vanwege deze intimiteit geen noodzaak aan speciale kleding. Ik stel me voor dat Pico een schootkater was en de genodigden alleen kleren droegen, waar hij op schoot had gelegen. De begrafenis van een geliefd dier stelt vanzelf andere eisen, in alle droevigheid.

Opeens een golf van herinneringen

korfje  Vanmorgen moest ik de berging half leeg ruimen: er kwamen monteurs voor de cv-ketel. Op de berging zag ik alle spullen van Tim weer, ook dat kleine korfje dat hij zo leuk had gevonden. Er sloeg een golf van herinneringen door me heen.

Dat korfje is een verhaal apart. Voor Tim had ik een klimmeubel gekocht, groot en stoer, maar toch overzichtelijk. En duur, meer dan honderd euro..

Tim vond er geen klap aan. Hoe ik de mogelijkheden ervan ook aanprees en aanwees, hij wenste er geen gebruik van te maken. Na een jaar of wat besloot ik dat het klimmeubel weg moest. Ik brak het korfje eraf en legde het vlak voor de bank, om later weg te gooien. Tot mijn verbazing vond hij het meteen leuk. Erin zitten en erdoor kijken, door het korfje heen lopen, hij kon er niet gauw genoeg van krijgen. De rest van het klimmeubel ging naar de kringloop, het korfje bleef.

Vanmorgen op de berging had ik het weer in handen. Die zachte bekleding, en die opening waar hij dan doorheen gluurde. En nu wist ik niet eens meer heel precies hoe hij erin liep, en of hij miauwde als hij dan aandacht wilde. De herinneringen golfden terug, maar anders dan voorheen. Beelden, flarden van het verleden, zonder geluid, zonder details. Vervaagd –  wat goed en moeilijk tegelijkertijd is.

Kun je dromen sturen?

tim15febr2015 Als ik pas wakker ben, probeer ik me mijn dromen te herinneren. Dat is een oefening, een training, en door de jaren heen lukt het steeds beter. Wat ik ook wil, is weten dat ik droom tijdens de droom. Dat heeft ook met Tim te maken.

In de eerste weken nadat Tim gestorven was, droomde ik van hem. Die dromen schreef ik op, vooral wanneer er iets mee was.

Soms leek het of ik Tim in mijn droom ontmoette- of hij me zo kon bereiken, van waar hij ook was. Dat had ik eerder met Amore meegemaakt, de fluwelige lieve kater die me jaren na zijn dood nog in mijn dromen bezocht, vooral wanneer ik troost nodig had. Het verrastte me elke keer.

Het lijkt me heerlijk om in dromen meer te kunnen doen. Nu ontvang ik die droom alleen. Dat is me te passief. Hoe zou het zijn om te weten dat je droomt en die droom te kunnen sturen? Dan kon ik meer contact leggen met Tim en de anderen, misschien vinden  ze dat wel fijn.

Er is een woord voor: lucide dromen. Dat komt van de letterkundige en psychiater  Frederik van Eeden; wie zijn werk kent, weet: dat is een aanbeveling.  Haal je ‘lucide dromen’ door Google, dan kom je veel stappenplannen tegen. Oefening baart kunst, is overal de optimistische grondtoon. De helft van het werk doe ik al: het dromendagboek schrijf ik al jaren en mijn intentie is duidelijk. Het zwakke punt is ook in beeld, en dat is mijn geduld.

In de andere dimensie, de ongeziene wereld, de hemel of welk woord ook van toepassing is, tikt de klok anders dan hier. Voor mij duurt een jaar lang. Het liefste zou ik elke week Tim in een droom ontmoeten. Terwijl ik ook weet – als dat al kan, dan ligt Tim waarschijnlijk lekker in de zon te slapen en heel af en toe, op zijn moment, dan droomt hij van mij.

Rouw en Lego voor kinderen

lego_rouw  Op het blog van Yarden las ik een opmerkelijk artikel. Rouwpedagoog Richard Hattink zet zich in om kinderen te helpen met rouwen. Daarvoor gebruikt hij Lego.

Zo leren ze spelenderwijs iets over dood en afscheid en gevoelens. Het lijkt me moeilijk om zoiets uit te leggen.Ooit las ik over een kind waartegen was gezegd dat de gestorven Oma was gaan slapen om nooit meer wakker te worden, en dat kind durfde zelf niet meer te gaan slapen. Want stel je voor.

Maar Richard Hattink durft dus in deze moeilijke situatie te treden. Met Lego dus. In het blog vertelt hij dat de grote fabrikant eigenlijk niets met de dood te maken wilde hebben:

“Lego wil graag geassocieerd worden met lachen en plezier, niet met de dood. Ze hebben duizenden soorten gezichtjes, maar er zijn slechts 6 die verdriet uitdrukken. Bij twee daarvan kan het gezicht ook gedraaid worden in vrolijke stand. Het lukte mij niet om met Lego in gesprek te komen.”

Een gemiste kans – voor Lego. Hattink vond een grote Lego-fan en met hem ging hij uitvaartpakketten bouwen. Creatief en inventief. De Halloweencollectie. Gezichten. Combinaties. Nou, van alles. En nu heeft hij dus van de bestaande blokjes en toebehorens (en de wereld van Lego is enorm groot) enkele pakketten gebouwd. Ze staan op zijn website: RouwenAdvies.nl  Een mooi initiatief.