Terugkijken

timnieuwleven3Aan de binnenkant van een keukenkastje zag ik opeens een oud lijstje, waarin ik opsom wat me blij maakt. Er stond: “Vroeg naar bed en dan samen met Tim naar de tv kijken.”

Ja- zo was dat, toen. De televisie deed ik weg nadat Tim stierf. En deze december denk ik: dit was het eerste jaar zonder hem. Het missen is er nog steeds.

Is er een grens aan missen en verlangen? Houdt het ooit op?

Het is deze maand anderhalf jaar geleden dat Tim ging hemelen. Toen was het missen en verlangen pijnlijk, ik voelde het liever niet en toch diende het zich overal aan. De pijn was fysiek. Soms waren er steken in mijn hart. Of er sloeg een golf van pijn door mijn lichaam waardoor ik moest stilstaan en steun zoeken aan een muur. Ik kon aan tafel zitten en opeens, door een kleine gedachte, in tranen uitbarsten, tranen die geen verlichting brachten maar uitputting en eenzaamheid – het zonder Tim te zijn deed pijn.

En nu is het anders. Niet minder. Anders.

Het is of er een diep meer in mij is, donkerblauw water, en dat is het donkere meer van verdriet en gemis. Het is rustig. Tot er een woord klinkt, een beeld arriveert of ik een lijstje aan de binnenzijde van een keukenkastje  lees- dan kolkt dat meer op in hoge golven. O, hem nog een keer te mogen zien, te kunnen aaien, samen te zijn, even maar.

Advertenties

Het leven van onze doden

levenvan  Natuurlijk kocht ik het boek met die ene reden: om meer te weten over waar Tim nu was. Matthew Mckay verloor een zoon en ging op zoek: waar is hij nu, is er contact mogelijk?

Het antwoord is: ja.  Mckay ontdekte dat zijn zoon Jordan in staat was hem te bereiken. Dit boek is het verslag van pogingen tot contact, de methoden en ook van hetgeen Jordan te zeggen had. Daarbij ontvouwt Mckay zijn visie op het hiernamaals: wij zijn allen ziel, leven na leven leren we ons te verbeteren en daarna helpen we andere zielen.

 

Het boek zal voor veel mensen een troost zijn. Maar hoe mooi en daardoor aantrekkelijk de inhoud ook is, ik vond het raar en onaanvaardbaar dat er geen dieren met een ziel in voorkomen.

Is het hiernamaals alleen voor mensen? Dat kan ik me niet voorstellen.

Wanneer de auteur vertelt hoe zielen met ons, de levenden, contact zoeken, meldt hij de manieren waarop dat kan gaan: in dromen, via muziek en ook via een dier. En de ziel van een dier, hoe gaat dat?

Zelf heb ik de ervaring van dromen en waarnemingen gehad- Tim zien in een ooghoek, en als ik keek, dan zag ik niets meer. Als die waarneming voortkwam uit een wens, dan had ik me natuurlijk niet beperkt tot iets in mijn ooghoek. Ook daarom geloof ik dat het waar was.

Dat is eigenlijk een ander verhaal. Maar misschien ook niet. Zielen zijn zielen. Of een dier een ziel heeft? Kijk naar een dier en je voelt de waarheid van binnen. En zoals de dieren-dominee dan zegt: “God is trouw aan zijn schepping.”

 

 

 

 

Het boek komt eraan

boektim2 Dit was het eerste boek over Tim. Hij vertelde hierin over zijn leven als kater op leeftijd. De ongemakken. De gezelligheid. De dierenarts en dan weer thuis, samen.

Nadat Tim was gaan hemelen, had ik een heel ander leven. Zonder hem. Hoe dat moest, bleek ik te moeten leren, we waren ook zo’n twee-eenheid geweest. Rouwen om een gestorven huisdier, wie weet hoe dat moet?

In mijn dagboek schreef ik over het vallen en opstaan van die tijd. De tranen, de psychosomatische verschijnselen, en soms ook waarom ik moest lachen en wat me ontroerde.

Ik ben nou eenmaal een schrijvend mens.  Als ik iets niet opschrijf, verlies ik het. En ik wilde Tim bewaren, wat er geweest was, bij me houden. Woorden en foto’s en filmpjes.

Deze week zag ik de drukproeven van wat het tweede boek gaat worden. Het omslag, vrolijk en toch stemmig. En ik besefte: toen dacht ik dat ik nooit het verlies van Tim te boven zou komen en nu kan ik ermee leven: met het verdriet, het verlangen en het gemis.

Toch een vooruitgang.

Het boek verschijnt volgend jaar februari.

Opeens een golf van herinneringen

korfje  Vanmorgen moest ik de berging half leeg ruimen: er kwamen monteurs voor de cv-ketel. Op de berging zag ik alle spullen van Tim weer, ook dat kleine korfje dat hij zo leuk had gevonden. Er sloeg een golf van herinneringen door me heen.

Dat korfje is een verhaal apart. Voor Tim had ik een klimmeubel gekocht, groot en stoer, maar toch overzichtelijk. En duur, meer dan honderd euro..

Tim vond er geen klap aan. Hoe ik de mogelijkheden ervan ook aanprees en aanwees, hij wenste er geen gebruik van te maken. Na een jaar of wat besloot ik dat het klimmeubel weg moest. Ik brak het korfje eraf en legde het vlak voor de bank, om later weg te gooien. Tot mijn verbazing vond hij het meteen leuk. Erin zitten en erdoor kijken, door het korfje heen lopen, hij kon er niet gauw genoeg van krijgen. De rest van het klimmeubel ging naar de kringloop, het korfje bleef.

Vanmorgen op de berging had ik het weer in handen. Die zachte bekleding, en die opening waar hij dan doorheen gluurde. En nu wist ik niet eens meer heel precies hoe hij erin liep, en of hij miauwde als hij dan aandacht wilde. De herinneringen golfden terug, maar anders dan voorheen. Beelden, flarden van het verleden, zonder geluid, zonder details. Vervaagd –  wat goed en moeilijk tegelijkertijd is.

Kun je dromen sturen?

tim15febr2015 Als ik pas wakker ben, probeer ik me mijn dromen te herinneren. Dat is een oefening, een training, en door de jaren heen lukt het steeds beter. Wat ik ook wil, is weten dat ik droom tijdens de droom. Dat heeft ook met Tim te maken.

In de eerste weken nadat Tim gestorven was, droomde ik van hem. Die dromen schreef ik op, vooral wanneer er iets mee was.

Soms leek het of ik Tim in mijn droom ontmoette- of hij me zo kon bereiken, van waar hij ook was. Dat had ik eerder met Amore meegemaakt, de fluwelige lieve kater die me jaren na zijn dood nog in mijn dromen bezocht, vooral wanneer ik troost nodig had. Het verrastte me elke keer.

Het lijkt me heerlijk om in dromen meer te kunnen doen. Nu ontvang ik die droom alleen. Dat is me te passief. Hoe zou het zijn om te weten dat je droomt en die droom te kunnen sturen? Dan kon ik meer contact leggen met Tim en de anderen, misschien vinden  ze dat wel fijn.

Er is een woord voor: lucide dromen. Dat komt van de letterkundige en psychiater  Frederik van Eeden; wie zijn werk kent, weet: dat is een aanbeveling.  Haal je ‘lucide dromen’ door Google, dan kom je veel stappenplannen tegen. Oefening baart kunst, is overal de optimistische grondtoon. De helft van het werk doe ik al: het dromendagboek schrijf ik al jaren en mijn intentie is duidelijk. Het zwakke punt is ook in beeld, en dat is mijn geduld.

In de andere dimensie, de ongeziene wereld, de hemel of welk woord ook van toepassing is, tikt de klok anders dan hier. Voor mij duurt een jaar lang. Het liefste zou ik elke week Tim in een droom ontmoeten. Terwijl ik ook weet – als dat al kan, dan ligt Tim waarschijnlijk lekker in de zon te slapen en heel af en toe, op zijn moment, dan droomt hij van mij.

Waar de herinneringen blijven

tim14december2014    Vandaag besefte ik dat Tim nu langer dan een jaar dood is. Alle eerste keren zonder hem zijn er geweest: de decemberdagen, mijn verjaardag en de zijne, het kwam en het ging en elke keer voelde ik zijn afwezigheid.  En nu?

Vanmiddag keerde ik het matras in de slaapkamer om. Een gewoon klusje dat alle aandacht nodig heeft – en middenin het kantelen schoot er een beeld door me heen. Hoe het ooit was. Tim die voor de drempel van de slaapkamer stopte, keek en miauwde. Dan zijn vastberaden naar binnen wandelen, en meteen op het matras springend, waar ik net onder zat om het te kunnen omdraaien. De herinnering was een bewegende foto en het deed me plezier en verdriet tegelijkertijd.

Weer beneden lag ik even op de bank en dacht: wat deden we dan erna? Samen op de bank? Kwam hij vanzelf bij me, moest ik hem roepen, stond hij bij de bank de miauwen van schiet-op? Ik wist het niet meer. De herinnering was vervaagd. Daar schrok ik van.

Dat vervagen is zegen en vloek tegelijk. De pijn van het gemis vermindert erdoor. Maar daarbij komt weer verdriet om het vergeten. Hoe kan dat? Ik wilde zo graag elke herinnering bewaren, omdat ik zo het leven met Tim kan bewaren. Er zijn veel foto’s, pagina’s vol notities, straks komt een tweede boek uit- en toch… me verzoenen met het vergeten moet ook.

Ik zeg tegen mezelf: straks, als het mijn tijd is, dan mag ik hopelijk naar de Regenboogbrug, en dan staat Tim daar – met de anderen – en dan weet ik alles weer. Dat helpt. En dat Bertje er is.

Allerzielen

amore_liggend  Allerzielen naderde en al ben ik niet katholiek, ik verwachtte er toch iets van. Als op 2 november de overledenen herdacht worden, dan denken die overledenen misschien ook een beetje aan ons.

Die nacht ging ik slapen met de vage hoop – of eerlijker gezegd de verwachting – dat ik een mooie en betekenisvolle droom zou hebben, met als afzender Tim.

Het gebeurde niet.

Wonderen komen zelden op bestelling.

In plaats daarvan droomde ik iets van eigen maaksel: dat ik naar Amore zocht en hem ook vond. Het was een fijne droom, ook wel wat gewoontjes. Bij het ontwaken was ik verrast. Amore was hier voor Tim, dus dat is al lang geleden.

Later op de dag begreep ik het beter. Het verdriet om Tim kan zoveel ruimte in beslag nemen, dat de anderen uit beeld kunnen raken. Amore en Maische, daarvoor Fien, daarvoor Joop. Elk groot afscheid brengt de andere keren terug dat er afscheid was. Soms zijn er nog restjes van. Soms wijst het alleen op de rijkdom van het samenzijn.