De plotselinge herinnering

p1040064_resize_resize Vanmorgen gebeurde het. Ik stond voor de vensterbank en keek naar buiten. Bertje wilde ook kijken. Maar ja, ik stond er al. “Kom maar,” zei ik en tot mijn verbazing kwam hij. De eerste keer samen naar buiten kijken. Meteen was er de herinnering aan Tim, aan zijn eerste keer.

We zaten in de wisselwoning, Tim en ik. Daar was alles anders. We vonden het moeilijk maar we deden onze best.

Op een avond zat ik op de bank, en Tim hing erbij. Buiten hoorde ik een geluid en ik keek om, naar het raam. Tim ook. Langzaam ging ik naar de lage vensterbank en toen Tim meewandelde, besloot ik te doen of dit helemaal niet de eerste keer voor hem was. Het gordijn hield ik open en ik zei:”Kom maar”, en hij kwam.

We zaten dicht bij elkaar. Tegen mijn wang voelde ik zijn warme vacht. Samen keken we naar de straat en ik benoemde wat we zagen: een fiets. Een auto. Daar loopt iemand.

Na die eerste avond vond Tim snel de weg naar de vensterbank. Hij genoot van het uitzicht. Toen we weer naar ons eigen huis mochten, had ik een doorlopende vensterbank laten maken over de lengte van de ramen.

Daar zat Bertje op de eerste dag van ons samenzijn al in. Maar samen naar buiten kijken, dat deden we vandaag pas voor de eerste keer.

Advertenties

En dan lees je op Facebook…

fb  Het is een terugkerende ervaring. Op Facebook volg ik meer katten dan mensen,  en zoals het dan gaat, gaat het. Soms sterft er een kat. Dat doet mij pijn- hoe kan dat toch?

Ik kan het niet aan iedereen zeggen. Het antwoord hoor ik al: het is toch internet, je hebt die kat nog nooit gezien, dan kun je wel overal verdriet om hebben.

Ja, nee, misschien. Het zit toch anders.

Er zijn katten die ik al jaren volg. Het begon met de Critter Room, waar de Amerikaanse Foster Dad John – een grote man met een snor – kittens in huis nam, ze verzorgde en daarna ze ter adoptie afstond aan lieve mensen. Een opvangadres, een tijdelijke poezenvader. Het bijzondere was de live stream, camera’s die 24/7 op de critter room met de kittens was gericht.  De geadopteerde kittens kregen vaak een eigen Facebook-pagina. Ik zag ze opgroeien.

Wat voor deze Amerikaanse katten geldt, gaat ook op voor Nederlandse. Een jaar is snel voorbij, achteraf. Ik zie hoe een kat slaapt, eet, speelt, ik leef mee als hij of zij naar de dierenarts gaat en ik hoop ’s morgens vroeg dat de zieke katten beter zijn.

Soms is dat niet zo. Dan komt dat hele moeilijke van het afscheid.

En dan vallen er hier tranen op het toetsenbord.

Emotie is niet afhankelijk van het medium. Via het internet kun je aan een ander hechten. Een mens, een dier, een kat – dichtbij is dichtbij. Maar er komt ook iets anders bij.

Misschien gaat een groot verdriet zoals dat om het verlies van Tim nooit echt voorbij. Ik voel het in mij opkomen, als een aanzwellend onweer, als ik lees over het afscheid van een kat. Dat verdriet daar, het mijne hier. In elk verdriet herhaal ik het verlies.

Van Tim naar Bertje – voorpublicatie

timbertje Voorpublicatie Van Tim naar Bertje. Kleine autobiografie van rouwen en liefhebben. De eerste twee hoofdstukken op Isuu.com – klik hier.

De eerste twee wil zeggen: eerst hoofdstuk 1. Zo begint het: “Zelfs in onze laatste maand waren we gelukkig.”  Het was geen gemakkelijk hoofdstuk om te schrijven. Want ik wilde dat het te lezen was, dus niemand mocht instorten van al het droevige. En toch moest juist dat droevige voelbaar zijn. Niet alleen in mij. Het was schrijven en herschrijven.

Dan zapt de voorpublicatie door naar hoofdstuk 8 en dat heet: Adelbert Cornelis. Zo is de volledige naam van Bertje, met wie ik nu samenwoon. Dit hoofdstuk gaat over onze ontmoeting en de eerste avond en nacht samen, hoe dat voor ons was. Vreemd natuurlijk. Hij in een onbekend huis, ik met een nieuwe kater – en toch wilden we samen zijn en dat lukte ook.

Toen ik het schreef, wilde ik recht uit mijn hart schrijven. Over verdriet en wanhoop, en over de gekte die je dan kan overvallen – en over het gemis van een geliefd katertje, dat missen is er nog steeds. Anders. Maar wel aanwezig.

Ik ben blij dat het boek er is. Omdat het iets laat zien van de liefde tussen katerman en vrouw, maar ook omdat ik hoop dat meer mensen nu over die bijzondere liefdesband durven te spreken of schrijven, over de rouw en over – in mijn geval – het zo weer willen overdoen, alles, alles.

Pet Publishers, 96 pag. 12,50 euro. Verschijnt eind maart.

Het afscheid van Fukumaru-Chan

fukumaru  Deze foto bracht de tranen in mijn ogen. Al die liefde en tederheid, de wederkerigheid ervan, wat was dat mooi en wat is dat nu droevig. Fukumaru is niet meer. De mooie Japanse kater is gaan hemelen.

We kennen allemaal de prachtige foto’s van het gedeelde leven van Fukumaru en zijn vrouw. De kleindochter van deze Granny maakte er fotoboeken over, die nog steeds via Amazon te koop zijn. Daarop kun je zien hoe diep de band tussen mens en dier, tussen vrouw en kat, kan zijn. Een volwaardige liefdesrelatie.

Het afscheid van Fukumaru is in besloten familiekring geweest. Hij stierf aan nierziekte, zoals veel katers en poezen. Voor mijn Tim was dat uiteindelijk ook fataal.

Een jaar na de dood van Fukumaru maakte Ihara Miyoko, de kleindochter en fotografe, bekend wat er gebeurd was. Wat mooi om het zo te doen. Met aandacht en respect, en zonder de sensatie te zoeken. Deze foto verdient wat mij betreft een grote prijs. Je ziet de liefde en het samenzijn- alles dat er was, en nog steeds is, maar anders. Nu ik dat schrijf, heb ik weer een zakdoek nodig.

(bron: Japancrush)

Terugkijken

timnieuwleven3Aan de binnenkant van een keukenkastje zag ik opeens een oud lijstje, waarin ik opsom wat me blij maakt. Er stond: “Vroeg naar bed en dan samen met Tim naar de tv kijken.”

Ja- zo was dat, toen. De televisie deed ik weg nadat Tim stierf. En deze december denk ik: dit was het eerste jaar zonder hem. Het missen is er nog steeds.

Is er een grens aan missen en verlangen? Houdt het ooit op?

Het is deze maand anderhalf jaar geleden dat Tim ging hemelen. Toen was het missen en verlangen pijnlijk, ik voelde het liever niet en toch diende het zich overal aan. De pijn was fysiek. Soms waren er steken in mijn hart. Of er sloeg een golf van pijn door mijn lichaam waardoor ik moest stilstaan en steun zoeken aan een muur. Ik kon aan tafel zitten en opeens, door een kleine gedachte, in tranen uitbarsten, tranen die geen verlichting brachten maar uitputting en eenzaamheid – het zonder Tim te zijn deed pijn.

En nu is het anders. Niet minder. Anders.

Het is of er een diep meer in mij is, donkerblauw water, en dat is het donkere meer van verdriet en gemis. Het is rustig. Tot er een woord klinkt, een beeld arriveert of ik een lijstje aan de binnenzijde van een keukenkastje  lees- dan kolkt dat meer op in hoge golven. O, hem nog een keer te mogen zien, te kunnen aaien, samen te zijn, even maar.

Het leven van onze doden

levenvan  Natuurlijk kocht ik het boek met die ene reden: om meer te weten over waar Tim nu was. Matthew Mckay verloor een zoon en ging op zoek: waar is hij nu, is er contact mogelijk?

Het antwoord is: ja.  Mckay ontdekte dat zijn zoon Jordan in staat was hem te bereiken. Dit boek is het verslag van pogingen tot contact, de methoden en ook van hetgeen Jordan te zeggen had. Daarbij ontvouwt Mckay zijn visie op het hiernamaals: wij zijn allen ziel, leven na leven leren we ons te verbeteren en daarna helpen we andere zielen.

 

Het boek zal voor veel mensen een troost zijn. Maar hoe mooi en daardoor aantrekkelijk de inhoud ook is, ik vond het raar en onaanvaardbaar dat er geen dieren met een ziel in voorkomen.

Is het hiernamaals alleen voor mensen? Dat kan ik me niet voorstellen.

Wanneer de auteur vertelt hoe zielen met ons, de levenden, contact zoeken, meldt hij de manieren waarop dat kan gaan: in dromen, via muziek en ook via een dier. En de ziel van een dier, hoe gaat dat?

Zelf heb ik de ervaring van dromen en waarnemingen gehad- Tim zien in een ooghoek, en als ik keek, dan zag ik niets meer. Als die waarneming voortkwam uit een wens, dan had ik me natuurlijk niet beperkt tot iets in mijn ooghoek. Ook daarom geloof ik dat het waar was.

Dat is eigenlijk een ander verhaal. Maar misschien ook niet. Zielen zijn zielen. Of een dier een ziel heeft? Kijk naar een dier en je voelt de waarheid van binnen. En zoals de dieren-dominee dan zegt: “God is trouw aan zijn schepping.”

 

 

 

 

Het boek komt eraan

boektim2 Dit was het eerste boek over Tim. Hij vertelde hierin over zijn leven als kater op leeftijd. De ongemakken. De gezelligheid. De dierenarts en dan weer thuis, samen.

Nadat Tim was gaan hemelen, had ik een heel ander leven. Zonder hem. Hoe dat moest, bleek ik te moeten leren, we waren ook zo’n twee-eenheid geweest. Rouwen om een gestorven huisdier, wie weet hoe dat moet?

In mijn dagboek schreef ik over het vallen en opstaan van die tijd. De tranen, de psychosomatische verschijnselen, en soms ook waarom ik moest lachen en wat me ontroerde.

Ik ben nou eenmaal een schrijvend mens.  Als ik iets niet opschrijf, verlies ik het. En ik wilde Tim bewaren, wat er geweest was, bij me houden. Woorden en foto’s en filmpjes.

Deze week zag ik de drukproeven van wat het tweede boek gaat worden. Het omslag, vrolijk en toch stemmig. En ik besefte: toen dacht ik dat ik nooit het verlies van Tim te boven zou komen en nu kan ik ermee leven: met het verdriet, het verlangen en het gemis.

Toch een vooruitgang.

Het boek verschijnt volgend jaar februari.